Accijns

In dit artikel wordt uitgelegd hoe het bedrag aan accijns berekend kan worden aan de hand van gegeven aanbodlijnen maar ook hoe een nieuwe aanbodlijn berekend kan worden als de (oude) aanbodlijn en het accijnsbedrag bekend zijn.

Allereerst: waarom accijns?

De overheid gebruikt accijnzen – een extra belasting – om de vraag naar producten die negatieve externe effecten veroorzaken, te verminderen.

Negatieve externe effecten zijn schadelijke neveneffecten van het produceren en/of consumeren van bepaalde goederen. Voor de kosten van die negatieve externe effecten mag de maatschappij opdraaien; de prijs van het product is dus veel te laag. Door de extra belasting krijgt de overheid geld binnen om de gevolgen van de schadelijke neveneffecten te kunnen betalen én ze bereikt ermee dat de vraag naar het product en dus ook de productie ervan verminderen.

Berekenen van het accijnsbedrag

Hiervoor is gebruikt opgave 4 “Slaat accijns een deuk in een pakje boter?” van het eindexamen economie havo 2016 tijdvak 1.

De vraag bij deze figuur is om te bepalen welk bedrag aan accijns geheven wordt.

Het uitgangspunt is dat de prijzen waartegen de producenten bereid zijn hun producten aan te bieden, door de accijns niet veranderen. Maar dordat er accijns afgedragen moet worden, moeten ze dus hogere prijzen vragen.

Om de accijns te berekenen moet je de minimale prijs van de oude aanbodlijn en van de nieuwe aanbodlijn weten. Het verschil tussen die twee prijzen is het bedrag van de accijns.

Van beide aanbodlijnen berekenen we dus de prijs waarbij het aanbod 0 is.

Voor de invoering van accijns

Qa = 2P – 4
0 = 2P – 4
4 = 2P
P = 2

Na de invoering van accijns

Qa = 2P – 8
0 = 2P – 8
8 = 2P
P = 4

Het accijnsbedrag is dus 4 – 2 = 2.

Het bepalen van het functievoorschrift van de nieuwe aanbodlijn als het accijnsbedrag bekend is

We kunnen de zaak ook omdraaien. Stel dat het accijnsbedrag bekend is. Hoe komen we dan tot het functievoorschrift van de nieuwe aanbodlijn? In dit geval is dus de vraag:  wat wordt de functie van de nieuwe aanbodlijn gegeven het accijnsbedrag van € 2 en de functie van de oude aanbodlijn Qa = 2P – 4?

Oplossingsmethode

  1. Bouw de oude aanbodfunctie om tot de prijsafzetfunctie: van Qa = … naar P = …
  2. Tel het accijnsbedrag op bij de prijs: P = … + accijns
  3. Bouw de prijsafzetfunctie weer om tot de nieuwe aanbodfunctie: van P = … + accijns naar Qa = …

Toegepast op dit voorbeeld

1. Bouw de aanbodfunctie voor accijnsheffing om tot prijsafzetfunctie door P en Qa om te wisselen.
Qa = 2P – 4 wordt: -2P = -Qa – 4
Links en rechts delen door -2 geeft: -2P/-2 = -Qa/-2 – 4/-2
Oplossen geeft: P = 1/2 Qa + 2
2. Tel het accijnsbedrag op bij de prijs. P = 1/2 Qa + 2 + 2; P = 1/2 Qa + 4
3. Bouw de prijsafzetfunctie terug om tot de nieuwe aanbodfunctie door P en Qa weer om te wisselen.
P = 1/2 Qa + 4 wordt: -1/2 Qa = -P + 4
Links en rechts vermenigvuldigen met -2 geeft: -1/2 Qa * -2 = -P * -2 + 4 * -2
Oplossen geeft: Qa= 2P – 8

Geeft een accijns van € 2 ook een € 2 hogere evenwichtsprijs?

Dat kan, maar hoeft niet. De producent kan ook een deel van de accijns voor zijn eigen rekening nemen en de rest aan de consument doorberekenen. Het percentage wat doorberekend wordt aan de consument heet het afwentelingspercentage.

We gaan na in hoeverre de accijns van € 2 doorberekend wordt aan de consument. Hiervoor vergelijken we de oude met de nieuwe evenwichtsprijs.

De oude evenwichtsprijs berekenen we door Qa gelijk te stellen aan Qv in de uitgangssituatie:

2P – 4 = -P + 8 → 2P + P = 8 + 4 → 3P = 12 → P = € 4

De nieuwe evenwichtsprijs berekenen we door de nieuwe Qa gelijk te stellen aan de Qv (Qv verandert niet!):

2P – 8 = -P + 8 → 2P +P = 8 + 8 → 3P = 16 → P = € 5,33

Er wordt dus € 1,33 van de accijns van € 2 afgewenteld op de consument. Het afwentelingspercentage is 1,33 / 2 x 100% = 67%

 

Ω