Armoedeval

Het verschijnsel dat iemand die een uitkering ontvangt geen prikkel heeft om werk te aanvaarden, doordat een bruto-inkomensverbetering tot een netto-inkomensverlaging kan leiden omdat het recht op allerlei subsidies vervalt. Gezinnen met een laag inkomen kunnen hun financiële positie door arbeidsinspanning nauwelijks verbeteren, omdat extra (loon)inkomen grotendeels verdampt door heffingen, inkomensprijzen en het wegvallen van tegemoetkomingen voor huishoudens op of vlak boven het sociaal minimum. Voorbeeld:Een huishouden heeft een uitkering van netto1000 euro per maand, en ontvangt daarnaast 200 euro individuele huursubsidie. Bovendien verleent de woongemeente als uitvloeisel van het gemeentelijke minimabeleid kwijtschelding van diverse heffingen en korting bij het gebruik van gesubsidieerde voorzieningen, wat dit huishouden 25 euro per maand scheelt. De kostwinner in dit gezin krijgt een baan aangeboden die een netto loon van 1100 euro oplevert. Als gevolg van deze inkomensstijging daalt de individuele huursubsidie met 50 euro per maand en vervallen de tegemoetkomingen van de gemeente. Uiteindelijk blijft van het netto verschil tussen loon en uitkering (van 100 euro) maar 25 euro over. Als gevolg van het geringe inkomensverschil bij (meer) werken en niet-werken is de financiële prikkel in zulke gevallen te zwak om de overstap naar betaalde arbeid te maken of meer uren te gaan werken. Het desbetreffende huishouden zit verstrikt in de armoedeval.

Print Friendly, PDF & Email