Afronden

Het is soms handig om het aantal cijfers van een getal te verminderen om het getal beter leesbaar of hanteerbaar te maken. Je kunt getallen afronden op gehele getallen of op een aantal decimalen (cijfers) achter de komma. Het is ook mogelijk om getallen af te ronden op tientallen, honderdtallen of duizendtallen. Je kijkt dan steeds naar het volgende cijfer of volgende cijfers, afhankelijk van waarop je wilt afronden.

Afronden

Bij het afronden van een decimaal getal kijk je naar het eerste cijfer dat je niet meer laat staan. Is dit cijfer 0, 1, 2, 3 of 4 (dus “minder dan 5”) dan verandert er niets. Is dit cijfer 5, 6, 7, 8 of 9 (dus “5 of meer”) dan wordt het laatste cijfer dat je laat staan, met 1 verhoogd.

Rekenen_afronden

Afspraken

Een getal wordt afgerond op1 decimaal, tenzij anders wordt vermeld. Het getal 15,61498 wordt dus standaard afgerond tot 15,6 want het cijfer 1 na de 6 laten we niet staan en een 1 wordt naar beneden afgerond.

Een geldbedrag wordt standaard afgerond op 2 decimalen, tenzij anders wordt vermeld. Het geldbedrag € 15,61498 wordt dus standaard afgerond tot € 15,61 want het cijfer 4 na de 1 laten we niet staan en een 4 wordt naar beneden afgerond.

Afronden op een geheel getal

Afronden op een heel getal betekent geen cijfers meer achter de komma.

  • 8,7 wordt 9 want een 7 (= het eerste cijfer dat je niet meer laat staan) betekent het cijfer ervoor met 1 ophogen.
  • 6,45 wordt 6 want een 4 (= het eerste cijfer dat je niet meer laat staan) betekent dat er niets verandert aan het cijfer ervoor.
Afronden op één of meer decimalen
  • Afronden op één decimaal: 5,21 wordt 5,2 want een 1 (= het eerste cijfer dat je niet meer laat staan) betekent dat er niets verandert aan het cijfer ervoor.
  • Afronden op twee decimalen: 6,7298 wordt 6,73 want een 9 (= het eerste cijfer dat je niet meer laat staan) betekent het cijfer ervoor met 1 ophogen.
  • Afronden op drie decimalen: 5,54428 wordt 5.544 want een 2 (= het eerste cijfer dat je niet meer laat staan) betekent dat er niets verandert aan het cijfer ervoor.

Afronden op tientallen, honderdtallen, duizendtallen

Bij het afronden van gehele getallen op tientallen, honderdtallen en duizendtallen kijk je

  • bij tientallen naar het laatste cijfer
  • bij honderdtallen naar de laatste twee cijfers
  • bij duizendtallen naar de laatste drie cijfers
Afronden op tientallen
  • 784 wordt 780 want het laatste cijfer is “minder dan 5”.
  • 785 wordt 790 want het laatste cijfer is “5 of meer”.
Afronden op honderdtallen
  • 7.649 wordt 7.600 want de laatste twee cijfers zijn “minder dan 50”.
  • 1.579 wordt 1.600 want de laatste twee cijfers zijn “50 of meer”.
Afronden op duizendtallen
  • 17.596 wordt 18.000 want de laatste drie cijfers zijn “500 of meer”.
  • 78.396 wordt 78.000 want de laatste drie cijfers zijn “minder dan 500”.

Ω