Categoriale inkomensverdeling

Als het totale inkomen verdeeld wordt over de productiefactoren kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap spreken we over de categoriale inkomensverdeling: welk deel van het totale inkomen krijgt iedere productiefactor.

Belangrijk in deze verdeling is het percentage dat de productiefactor arbeid krijgt ten opzichte van de overige productiefactoren want hoe hoger de beloning voor arbeid, des te lager is de beloning voor de overige productiefactoren en omgekeerd. Dit speelt vooral bij Cao-onderhandelingen. Er wordt dan gekeken naar de loonquote.

Loonquote

Deze loonquote is een belangrijk kengetal in de economie, ze geeft informatie over de verdeling van de toegevoegde waarde van arbeid en kapitaal. Een hoge loonquote betekent dat de bedrijven minder winst maken, dus minder kunnen investeren en daardoor een afnemende werkgelegenheid.

De tegenhanger van de LQ is de Overige inkomensquote OIQ waarbij het aandeel huur, rente, pacht en winst als percentage van het binnenlands inkomen berekend wordt: OIQ = 100% – LQ.

Bij de Arbeidsinkomensquote AIQ wordt naast het loon betaald aan werknemers ook rekening gehouden met het aandeel loon dat de zelfstandigen met een eigen bedrijf én in hun eigen bedrijf werken ontvangen. De winst die zij ontvangen is dus deels een beloning voor arbeid en deels een beloning voor ondernemerschap. Als het deel dat ontvangen is voor geleverde arbeid opgeteld wordt bij het betaalde loon en berekend wordt als percentage van het totale inkomen, krijgt met het AIQ.

AIQ_2

Ω

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email