Collectieve goederen

Domein D: Markt

Collectieve goederen worden geleverd door de overheid omdat deze goederen niet door de markt geleverd kunnen worden.

Dat komt door de kenmerken van een collectief goed:

  1. Er is geen individuele prijs voor het goed vast te stellen.
  2. Niemand kan van het goed worden uitgesloten: het is niet-uitsluitbaar.
  3. Het gebruik van het goed door de een heeft geen consequenties voor de ander: het is niet-rivaliserend.

Geen individuele prijs

Voor een collectief goed kan geen individuele prijs berekend worden, in tegenstelling tot een goed wat door de markt geleverd wordt. Hiervan is de kostprijs en dus de verkoopprijs te berekenen omdat bekend is wat betaald moet worden voor de inzet van productiefactoren.

Hierom betaalt de overheid de collectieve goederen uit de belastingmiddelen.

Niet-uitsluitbaar

Een goed is niet-uitsluitbaar als mensen niet belet kan worden om van het goed te profiteren, ook al betalen ze er niet aan mee. Meeliftgedrag is niet tegen te gaan.

Niet rivaliserend

Een goed is niet rivaliserend als gebruik van het goed door de ene persoon de mogelijkheid om hetzelfde goed te gebruiken de andere persoon niet beperkt.

Voorbeelden

  • Het leger
  • Dijken
  • Wegen
  • Straatverlichting
  • Rechtspraak

Quasi-collectieve goederen

Er zijn ook goederen die door de overheid betaald worden maar die ook geleverd kunnen worden door de markt. Een voorbeeld hiervan is onderwijs. Voor onderwijs is een individuele prijs vast te stellen en het is ook uitsluitbaar. Daarom is het geen collectief goed. Voorbeelden van commerciële bedrijven die onderwijs leveren zijn:

  • Het Luzaccollege;
  • LOI: voorheen Leidse Onderwijs Instelling;
  • NTI: voorheen Nederlands Talen Instituut;
  • NHA: voorheen Nationale Handelsacademie.

Toch betaalt de overheid het overgrote deel van de onderwijskosten. Dat doet ze om de volgende redenen:

  • De overheid wil de kwaliteit van het onderwijs onder controle hebben;
  • De overheid wil dat iedereen tegen een schappelijke prijs gebruik kan maken van de onderwijsvoorzieningen;
  • De overheid profiteert van goed opgeleide burgers.

Ω