Comparatieve (relatieve) kostenverschillen

Domein C: Ruil (SE)

Adam Smith, de grote Engelse econoom uit de 18e eeuw, schreef al in 1776 in zijn beroemde boek An inquiry into the Nature and Cause of the Wealth of Nations dat ieder gezinshoofd nooit iets moet produceren wanneer het hem meer kost dan wanneer hij het koopt. Deze stelling werd door David Ricardo in 1817 uitgewerkt in het principe van comparatief voordeel en vormt de verdediging van vrije handel. Dit principe wordt tot op heden door alle economen nog steeds aangevoerd tegen handelsbeperkingen!

De gedachte achter dit principe is de vergelijking van de opportunity costs voor het maken van producten. Zolang de opportunity costs verschillen kan er voordeel uit onderlinge handel gehaald worden door een product te kopen tegen een lagere prijs dan de eigen opportunity cost van dat product.

Voorbeeld

In Nederland en Griekenland worden twee producten gemaakt: olijven en appels. De ruilverhouding is gebaseerd op de hoeveelheid arbeid die voor de producten moet worden ingezet.

Benodigde eenheden arbeid per eenheid product
Olijven per eenheid Appels per eenheid Kosten van 1 eenheid olijven Kosten van 1 eenheid appels
Nederland 2 uur 3 uur 2/3 = 0,67 eenheid appels 3/2 = 1,5 eenheid olijven
Griekenland 1 uur 2 uur 1/2 = 0,5 eenheid appels 2/1 = 2 eenheden olijven

In absolute zin produceert Griekenland beide producten goedkoper dan Nederland. Kijken we naar de relatieve verschillen dan valt op dat Nederland voordeliger is met het produceren van appels en Griekenland met het produceren van olijven.

De productie van olijven

Griekenland kan met 1 uur arbeid 1 eenheid olijven of 1/2 eenheid appels produceren: 1 eenheid olijven kost dus 1/2 eenheid appels ofwel de opofferingskosten voor 1 eenheid olijven is 1/2 eenheid appels.

Nederland kan met 1 uur arbeid 1/2 eenheid olijven of 1/3 eenheid appels produceren: 2x 1/2 eenheid olijven kost dus 2x 1/3 = 2/3 eenheid appels ofwel de opofferingskosten voor 1 eenheid olijven is 2/3 eenheid appels.

De productie van appels

Griekenland kan met 1 uur arbeid 1/2 eenheid appels of 1 eenheid olijven produceren: 2 x 1/2 = 1 eenheid appels kost dus 2 x 1 = 2 eenheden olijven ofwel de opofferingskosten voor 1 eenheid appels is 2 eenheden olijven

Nederland kan met 1 uur arbeid 1/3 eenheid appels of 1/2 eenheid olijven produceren: 3 x 1/3 = 1 eenheid appels kost 3 x 1/2 = 1,5 eenheden olijven ofwel de opofferingskosten voor 1 eenheid appels is 1,5 eenheden olijven

Op basis van de opofferingskosten is te zien dat het produceren van olijven voor Griekenland relatief het goedkoopst is (0,5 eenheid appels) en het produceren van appels voor Nederland relatief het goedkoopst is (1,5 eenheid olijven).

Door te handelen kunnen beide landen dus een hogere welvaart krijgen als er ruilverhoudingen gehanteerd worden tussen de comparatieve kosten in.

De kosten van olijven zal uitkomen tussen de 0,5 en de 0,67 eenheden appels; de kosten van appels tussen de 1,5 en 2 eenheden olijven.

Ω