De afkortingen van de kosten, marginaal en de opbrengsten

Alle kosten kunnen worden onderscheiden in de constante of vaste kosten, de variabele kosten en de marginale kosten.

Constante of vaste kosten

De kosten die gemaakt worden onafhankelijk van het aantal geproduceerde producten worden de constante of vaste kosten genoemd. Of er helemaal niets wordt geproduceerd of heel veel, totale constante kosten veranderen daardoor niet. De huur en de afschrijvingen zijn voorbeelden van constante kosten. Als een onderneming niets produceert moet hij toch de huur van het gebouw betalen. De huurkosten zijn net zo hoog als er veel wordt geproduceerd. Ook de machines nemen in waarde af zonder dat ze draaien.

Variabele kosten

De kosten die afhankelijk zijn van het aantal geproduceerde producten worden de variabele kosten genoemd. De totale variabele kosten nemen toe als er meer wordt geproduceerd en af als er minder producten worden gemaakt. Bij een productiebedrijf zijn de grondstofkosten een voorbeeld van variabele kosten. Meer produceren betekent een hoger grondstoffenverbruik, minder productie een lager.

Proportioneel variabele kosten

Er wordt gesproken van proportioneel variabele kosten als deze voor ieder geproduceerd product steeds gelijk blijven. Deze variabele kosten stijgen recht evenredig met de productie. Dit gebeurd voornamelijk bij een kleine productieomvang. Voor ieder product is dan evenveel grondstof nodig tegen dezelfde prijs.

Degressief variabele kosten

Er wordt gesproken van degressief variabele kosten als deze dalen bij een stijgende hoeveelheid geproduceerde producten. Als de productieomvang stijgt, kan een ondernemer profiteren van schaalvoordelen. Hij kan zijn grondstoffen in grotere hoeveelheden inkopen, waardoor hij prijsvoordeel – lees: korting – heeft en de variabele kosten per eenheid product dalen.

Progressief variabele kosten

Er wordt gesproken van progressief variabele kosten als deze stijgen bij een stijgende hoeveelheid hoeveelheid geproduceerde producten. Als de productie een grote omvang neemt, wordt er minder efficiënt geproduceerd, er is meer uitval en meer afval, waardoor de variabele kosten per eenheid product stijgen.

Variabele kosten

Als een bedrijf groeit, zullen ook de variabele kosten veranderen. Is het bedrijf nog klein, dan zullen de variabele kosten proportioneel zijn. Als het bedrijf groeit kan er geprofiteerd worden van schaalvoordelen; de variabele kosten worden degressief. Wordt het bedrijf nog groter, dan wordt de productie ondoelmatiger en worden de variabele kosten progressief.

Variabele kosten_p-d-p

De marginale kosten

De marginale kosten zijn de extra totale kosten die een bedrijf maakt als de productie met één product uitgebreid wordt. Deze marginale kosten zijn vooral van belang om te bepalen of dat ene product nu wel of niet gemaakt moet worden.

De Totale Kosten (TK)

De totale kosten TK is de optelling van de totale constante kosten en de totale variabele kosten. Winst of verlies is het verschil tussen totale opbrengsten en de totale kosten.

Van Totaal naar Gemiddeld en andersom

De kosten kunnen ook per product uitgerekend worden. De constante kosten per product worden de gemiddelde contante kosten GCK genoemd: de totale constante kosten worden gedeeld door het aantal producten Q. De variabele kosten per product worden de gemiddelde variabele kosten GVK genoemd: de totale variabele kosten worden gedeeld door het aantal producten Q. De totale kosten per product worden de gemiddelde totale kosten GTK of de kostprijs genoemd: de totale kosten worden gedeeld door het aantal producten Q.

schema TK naar GTK

Om van Totale naar Gemiddelde te gaan moet er door het aantal producten Q gedeeld worden, om van Gemiddelde naar Totale te gaan moet met Q worden vermenigvuldigd.

De dalende kostprijs?

De totale constante kosten zijn een vast bedrag; ze variëren namelijk niet met de hoeveelheid producten die gemaakt worden. Daarom kent de GTK of kostprijs een dalend verloop al naar gelang er meer producten door het bedrijf gemaakt worden.

De kostprijs daalt omdat de totale constante kosten over steeds meer producten worden uitgesmeerd en de gemiddelde constante kosten GCK dus dalen. Dat is altijd zo: om de gemiddelde constante kosten te vinden, worden de totale constante kosten gedeeld door het aantal producten Q. Omdat de totale constante kosten per definitie gelijk blijven, zijn de gemiddelde constante kosten dat niet! Want bij een grotere productie worden die totale vaste kosten door een groter getal gedeeld, bij een kleinere productie door een kleiner getal.

Maar let op! Doordat de variabele kosten na verloop van tijd progressief worden, overtreft de stijging van de GVK de daling van de GCK, waardoor de kostprijs stijgt. Hiervoor zijn de marginale kosten van belang. Zolang de marginale kosten lager zijn dan de GTK, zal de GTK dalen; zodra de marginale kosten hoger zijn dan de GTK, zal de GTK stijgen.

Dit geldt ook voor de GVK. Zolang de MK lager zijn dan de GVK, dan zal deze dalen; zijn de MK hoger dan de GVK, dan zal deze stijgen. Het gevolg hiervan is dat de MK zowel de GVK alsook de GTK snijdt op hun laagste punten.

Neem als voorbeeld hiervoor een kamer met 10 mensen. Hun gemiddelde leeftijd is 20 jaar. Samen zijn ze dus 200 jaar oud. Komt nummer 11 binnen en die 25 jaar is (de marginale leeftijd is 25), dan zal de gemiddelde leeftijd stijgen. De 11 mensen samen zijn 225 jaar oud, wat een gemiddelde oplevert van 20,45 jaar.

Komt nummer 11 binnen en die is 15 jaar (de marginale leeftijd is 15), dan zal de gemiddelde leeftijd dalen. De 11 mensen samen zijn 215 jaar oud, wat een gemiddelde oplevert van 19,54 jaar.

De kostenstructuur van een bedrijf

In de volgende tabel staat de kostenstructuur van een bedrijf.

Q TCK TVK TK GCK GVK GTK MK
0 € 30,00 € 30,00
€ 60,00
1 € 30,00 € 60,00 € 90,00 € 30,00 € 60,00 € 90,00
€ 40,00
2 € 30,00 € 100,00 € 130,00 € 15,00 € 50,00 € 65,00
€ 23,00
3 € 30,00 € 123,00 € 153,00 € 10,00 € 41,00 € 51,00
€ 17,00
4 € 30,00 € 140,00 € 170,00 € 7,50 € 35,00 € 42,50
€ 25,00
5 € 30,00 € 165,00 € 195,00 € 6,00 € 33,00 € 39,00
€ 39,00
6 € 30,00 € 204,00 € 234,00 € 5,00 € 34,00 € 39,00
€ 50,00
7 € 30,00 € 254,00 € 284,00 € 4,29 € 36,29 € 40,57
€ 68,00
8 € 30,00 € 322,00 € 352,00 € 3,75 € 40,25 € 44,00
€ 89,00
9 € 30,00 € 411,00 € 441,00 € 3,33 € 45,67 € 49,00
€ 109,00
10 € 30,00 € 520,00 € 550,00 € 3,00 € 52,00 € 55,00

De marginale kosten zijn het verschil tussen de TK van het huidige product minus de TK van het vorige product. Wordt de productie uitgebreid van 7 producten naar 8 producten dan stijgen de kosten van € 284 naar € 352 = € 68. De marginale kosten zijn dus € 68. Op deze manier zijn alle bedragen marginale kosten berekend.

De gegevens uit de tabel in grafiekvorm.

TK_TCK_TVK-GCK_GTK_GVK_MK

De Kosten

Afkorting Betekenis Formule
TK Totale Kosten TK = TVK + TCK
TVK Totale Variabele Kosten TVK = GVK x Q
TCK Totale Constante Kosten TCK heeft geen formule, het is een vast bedrag
GTK Gemiddelde Totale Kosten GTK = TK : Q
GVK Gemiddelde Variabele Kosten GVK = TVK : Q
GCK Gemiddelde Constante Kosten GCK = TCK : Q
MK Marginale Kosten MK = ΔTK : ΔQ

De Opbrengsten

Afkorting Betekenis Formule
P Prijs P heeft geen formule, het is een bedrag
TO Totale Opbrengsten TO = P x Q
GO Gemiddelde opbrengst GO = TO : Q
MO Marginale opbrengst MO = ΔTO : ΔQ

Ω

Print Friendly, PDF & Email