De benzineprijs en covid-19

Hoe komt het toch dat de adviesprijs van een liter euro-95 benzine op 6 mei 2021 een recordprijs van € 1,902 moet kosten? Nooit eerder was deze prijs zo hoog. In dit artikel probeer ik dat duidelijk te maken aan de hand van vraag en aanbod van olie, de productie van benzine, de belasting die de Nederlandse overheid heft op benzine en elektrisch autorijden.

Vraag naar en aanbod van olie

De prijs van ruwe olie wordt op de wereldmarkt bepaald door vraag en aanbod. De meeste olieproducerende landen zijn verenigd in het oliekartel OPEC. Die kunnen door het verhogen of verlagen van de productie de olieprijs beïnvloeden. Maar er zijn ook olieproducenten, zoals Rusland en Iran, die er geen deel van uitmaken wat de productiemogelijkheden beperkt.

Veel minder vraag naar olie

Vorig jaar, toen er door de covid-19 pandemie en de lockdowns veel minder auto gereden werd en er ook veel minder gevlogen werd, daalde de prijs van olie sterk omdat de vraag naar olie spectaculair daalde en het aanbod daar niet op reageerde.

Te groot aanbod van olie

De olieproducerende landen “drijven” op olie; het is vaak hun enige bron van inkomsten en hun begrotingen zijn gebaseerd op die olieinkomsten. Ook hebben ze de oliedollars nodig om goederen te kunnen importeren. Daalt de olieprijs door een wegvallende vraag dan zou het meest logische zijn om het aanbod te beperken zodat de prijs zich stabiliseert. Maar als je helemaal afhankelijk bent van olie, is de reactie tegengesteld: nog meer oppompen want meer olie tegen een lagere prijs levert (hopelijk) toch voldoende harde dollars op.

Er werd dus veel te veel olie opgepompt waardoor er immense voorraden ontstonden. Die voorraden werden zo groot dat alle opslagtanks vol zaten en er zelfs tankers gehuurd moesten worden om de opgepompte olie maar te kunnen opslaan.

Het gevolg laat zich raden: de opslag van olie werd duurder.

De productie van benzine

Ruwe olie is een brandbare fossiele vloeistof die in de petrochemische industrie door middel van raffinage en kraken wordt gescheiden. Hieruit komen onder andere benzine, diesel, lpg en de vliegtuigbrandstof kerosine voort. Omdat de raffinaderijen toch moesten draaien om benzine en diesel te produceren, werd er automatisch ook kerosine geproduceerd maar dat werd, doordat er amper gevlogen werd, niet afgenomen. En moest dus opgeslagen worden wat de oliemaatschappijen veel geld kost. Benzine en diesel moeten een deel van de opslagkosten van kerosine opvangen.

Doordat de teveel opgepompte ruwe olie opgeslagen moest worden plus de teveel geproduceerde kerosine ook opgeslagen moest worden, werden de productiekosten hoger.

Electrisch rijden

Ook het steeds groter wordend aantal electrische auto’s/bedrijfswagen/twee- en driewielers draagt bij tot een mindere vraag naar benzine, en dus olie. Per 31 maart 2021 reden er in Nederland de volgende electrische voertuigen rond:

  • Electrische auto’s         177.763
  • Bussen:                        1.278
  • Bedrijfsauto’s:              6.440
  • Twee- en driewielers:   84.188
  • Totaal:                         269.669

En dan zijn de plug-in hybridauto’s, 110.027 stuks, nog niet meegenomen. (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

De prijsopbouw van benzine

Van de benzineprijs van € 1,902 is afgerond 17% btw, 43% accijns, 9% marge en 31% productie. De marge bestaat uit: marge voor de exploitant van het tankstation, marge voor de oliemaatschappij, distributiekosten en marketingkosten. De productiekosten bestaan uit de inkoopprijs van de olie en de raffinagekosten. De productiekosten wisselen dagelijks door de olieprijs en de raffinagecapaciteit.

De benzineprijs bestaat uit:

  • Productie:        30,5/100 x € 1,902 =    € 0,580
  • Marge:              9/100 x € 1,902 =        € 0,171
  • Accijns:            43,2/100 x € 1,902 =    € 0,821            (is een vast bedrag)
  • Btw:                 17,4/100 x € 1,902 =    € 0,330
  • Totaal                                                  € 1,902

Wij betalen dus € 1,151 belasting per liter benzine. Zonder belasting zou een liter benzine maar € 0,751 kosten.

Dus als je bij de benzinepomp komt, even terugrekenen. Eerst de btw er uithalen, en dan de accijns eraf trekken. De rest is voor de olie, raffinage, pomphouder en de winst hierover.

Bronnen: De Volkskrant, de Belastingdienst, ConsumersUnited, Wikipedia.

Print Friendly, PDF & Email