De horeca in Nederland. 2009 TV2

In economische publicaties wordt veel gebruikgemaakt van tabellen en grafieken. Hierna staan vier statistieken, waarin gegevens over de bedrijfstak horeca (hotels, restaurants en cafés) in Nederland worden vergeleken met gegevens over de totale Nederlandse economie. Naar aanleiding van deze statistieken worden in deze opgave vijf vragen gesteld.

Statistiek 1. Ontstane en vervulde vacatures
In de horeca
Ontstane vacatures Vervulde vacatures
2000 59.000 60.000
2001 67.000 67.000
2002 54.000 55.000
2003 42.000 44.000
In Nederland
Ontstane vacatures Vervulde vacatures
2000 945.000 924.000
2001 870.000 911.000
2002 668.000 708.000
2003 597.000 620.000

 

Statistiek 2. Prijspeil
Horeca_prijspeil

 

Statistiek 3. Loonontwikkeling
Lonen: gemiddelde cao-lonen (nominaal)
Eenheid 2000 2001 2002 2003
Horeca Indexcijfer 100 106,5 104,8 110,6
Nederland Indexcijfer 100 107,1 110,5 114,7
Lonen: gemiddelde incidentele loonontwikkeling (nominaal)
Eenheid 2000 2001 2002 2003
Horeca Mutatie* 0,1 0,1 -4,4 1,9
Nederland Mutatie* 0,9 0,9 -0,7 0,9
* In procenten van het gemiddelde loon ten opzichte van het voorafgaande jaar

 

Statistiek 4. Werkgelegenheid
Horeca_werkgelegenheid
Vraag 1

Op 1 januari 2003 bedroeg het aantal vacatures in de horeca 7.000.

Bereken het aantal vacatures in de horeca op 31 december 2003.

Antwoord vraag 1
In statistiek 1 is te zien dat er in 2003 42.000 vacatures zijn ontstaan en er 44.000 vacatures vervuld zijn. Op 1 januari 2003 waren er 7.000 vacatures, dus het aantal vacatures op 31 december 2003 is: 7.000 + 42.000 – 44.000 = 7.000 – 2.000 = 5.000.
Vraag 2

Uit de statistieken kan onder andere de ontwikkeling van het reële gemiddelde cao-loon in de horeca worden afgeleid.

Bereken hoeveel procent het reële gemiddelde cao-loon in de horeca in 2001 hoger was dan in 2000.

Antwoord vraag 2
De berekening van het reële loon gebeurt met de formule RIC = NIC / PIC. Het indexcijfer van het nominale cao-loon staat in statistiek 3 (106,5) en het prijsindexcijfer staat in statistiek 2 (104,2).

Het indexcijfer reële loon = 106,5 / 104,2 x 100 = 102,2. Het reële loon is dus gestegen met 102,2 – 100 = 2,2%.

Vraag 3

Noem een statistiek waaruit blijkt dat in 2002 in de horeca, in vergelijking met de totale Nederlandse economie, naar verhouding meer in deeltijd werd gewerkt. Verklaar het antwoord.

Antwoord vraag 3
Bij deze vraag gaat het om de P/A-ratio: het aantal personen werkzaam / het aantal fulltime banen. Hoe hoger de P/A-ratio, hoe meer er in deeltijd gewerkt wordt. De gegevens staan in statistiek 4.

In 2002 werken er:

  • 268.800 personen in de horeca die samen 150.000 fulltime banen vervullen: de P/A-ratio = 268,5 / 150,0 = 1,792.
  • 7.056.000 personen in Nederland die samen 5.594.000 fulltime banen vervullen: de P/A-ratio = 7.056 / 5.594 = 1,261.

In de horeca wordt dus meer in deeltijd gewerkt dan in Nederland.

Vraag 4

Karien leest uit de statistieken af dat in 2003 ten opzichte van 2002 de arbeidsmarkt voor de horeca is verruimd.

Noem een statistiek waaruit deze verruiming van de arbeidsmarkt kan worden afgeleid. Licht het antwoord toe.

Antwoord vraag 4
Verruiming van de arbeidsmarkt betekent dat werkgevers makkelijker aan personeel kunnen komen. Het aanbod van werknemers is dan meer toegenomen dan de vraag van werkgevers; er zullen dan ook minder vacatures zijn.
  • Uit statistiek 1 blijkt dat het aantal openstaande vacatures in 2003 gedaald is van 54.000 in 2002 naar 42.000 in 2003.
  • Uit statistiek 4 blijkt dat de werkgelegenheid (het aantal arbeidsjaren) in 2003 is afgenomen.
Vraag 5

Stel dat in 2002 het gemiddelde cao-maandloon van een horecawerknemer € 1.600 bedroeg.

Bereken het gemiddelde cao-maandloon van een horecawerknemer in 2003.

Antwoord vraag 5
Deze vraag moet beantwoord worden met behulp van de indexcijfers uit statistiek 3.

Het indexcijfer van het nominale cao-loon in 2002 is 104,8. Het indexcijfer van het nominale cao-loon in 2003 is 110,6.

  • Manier 1: 110,6 / 104,8 x € 1.600 = € 1.688,55.
  • Manier 2: € 1.600 / 104,8 x 110,6 = € 1.688,55.
  • Manier 3: De procentuele verandering van de indexcijfers 2003-2002: (110,6 – 104,8) / 104,8 x 100% = 5,534…%. € 1.600 x 1,05534… = € 1.688,55.

Ω

Print Friendly, PDF & Email