De monopolistische markt

Kenmerken

De monopolistische markt heeft de volgende kenmerken:

  • één aanbieder, de monopolist, die de prijs zelf kan bepalen (prijszetter).
  • een homogeen product, de consument kan geen onderscheid maken, er is maar één.
  • prijszetting, de monopolist bepaalt de prijs.
  • geen vrije toetreding
  • geen transparante markt
  • veel vragers
  • bijvoorbeeld: (openbare) nutsbedrijven (gas, water, elektriciteit).

Doelstellingen

Een monopolist kan meerdere doelstellingen nastreven:

  • winstmaximalisatie, als de monopolist een zo groot mogelijke winst nastreeft.
  • omzetmaximalisatie, als de monopolist concurrentie wil tegengaan dan wel voorkomen.
  • kostendekking, als de monopolist niet afhankelijk is van grote omzet of winst (nutsbedrijf).

Soorten monopolie

Overheidsmonopolie: als het monopolie ontstaan is door een overheidsmaatregel of door wet. Is het monopolie ontstaan door de wet dan spreekt men ook van een wettelijk monopolie. Deze monopolies zijn vaak ontstaan om industrie te beschermen of om de kwaliteit en/of onafhankelijkheid te garanderen. Voorbeeld: PostNL voor het bezorgen van brieven tot 20 gram.

Natuurlijk monopolie: het monopolie dat ontstaat als een grote aanbieder veel goedkoper produceert dan vele kleintjes. Voorbeelden: ProRail als beheerder van het spoornet en Tennet als beheerder van het elektriciteitsnet.

Feitelijk monopolie: als één bedrijf alle concurrenten uit de markt heeft verdrongen omdat het tegen de laagste kosten produceert. Andere bedrijven kunnen niet tot de markt toetreden omdat hun kosten te hoog zijn.

Technisch monopolie: als een bedrijf via een octrooi het alleenrecht heeft gekregen voor het fabriceren van een product. Voorbeeld: Pfizer met het medicijn Viagra. Een monopolie kan ook ontstaan door een bedrijfsgeheim, zoals het geval is bij Coca Cola.

Voorbeeld

Het monopolie wordt bekeken aan de hand van een voorbeeld, de monopolist Malleus die unieke hamers produceert.

In dit monopolie zijn de volgende vergelijkingen bekend:

  • Qv = -2P + 200
  • TK = 0,75Q2 + 25Q + 250

Met deze vergelijkingen kunnen de overige vergelijkingen berekend worden.

De prijsafzetlijn

We moeten ons realiseren dat de monopolist een prijszetter is, met andere woorden, Malleus kan zelf bepalen welke prijs hij hanteert. Hij dient evenwel rekening te houden met de betalingsbereidheid van de consument. Daarom wordt de vraaglijn omgezet naar de prijsafzetlijn.

Qv = -2P + 200 → 2P = -Qv + 200 → P = -Qv/2 + 200/2 → P = -0,5Qv + 100.

De MO

MO = verandering van de totale opbrengst als er één product méér gemaakt wordt, dus de stijging van TO. De MO wordt berekend door de eerste afgeleide te berekenen van de TO.

Met behulp van de prijsafzetlijn kan de TO berekend worden.

TO = P x Q → TO = (-0,5Q + 100) x Q → TO = -0,5Q2 + 100Q.

De MO wordt dan: MO = TO’ = 2 x -0,5Q2-1 + 100 → MO = -Q + 100.

De GTK

De GTK kan berekend worden door de TK te delen door Q.

GTK = (0,75Q2 + 25Q + 250) / Q → GTK = 0,75Q + 25 + 250/Q.

De MK

MK = de verandering van de totale kosten als er één product méér gemaakt wordt, dus de stijging van TK. De MK wordt berekend door de eerste afgeleide te berekenen van de TK.

TK = 0,75Q2 + 25Q + 250 → MK = TK’ = 2 x 0,75Q2-1 + 25 → MK = 1,5Q + 25.

De GO, MO, MK en GTK grafisch weergegeven

Monopolie_uitgangspunt

Doelstelling winstmaximalisatie

In geval de monopolist Malleus maximale winst wil behalen geldt: MO = MK. Zolang de MO groter is dan de MK wordt er winst aan het totaal toegevoegd.

Berekening Q bij maximale winst:

-Q + 100 = 1,5Q + 25 → -Q – 1,5Q = 25 – 100 → -2,5Q = -75 → 2,5Q = 75 → Q = 75 / 2,5 → Q = 30.

De maximale winst wordt dus behaald door 30 producten te verkopen. De daarbij behorende prijs kan gevonden worden door de berekende Q in te vullen in de prijsafzetlijn P = -0,5Qv + 100.

Berekening P bij maximale winst:

P = -0,5 x 30 + 100 → P = – 15 + 100 → P = 85.

De maximale winst is dus 30 stuks tegen € 85 per stuk = € 2550.

Monopolie_TWmax2

Doelstelling maximale omzet

In geval de monopolist Malleus maximale omzet wil halen geldt: MO = 0. Zolang de MO groter is dan 0 wordt er omzet aan het totaal toegevoegd.

MO = -Q + 100.

Dus: 0 = -Q + 100 → Q = 100.

De prijs wordt: P = -0,5Qv + 100.

Dus: P = -0,5 x 100 + 100 → P = -50 + 100 → P = 50.

De maximale omzet is dus 100 stuks tegen € 50 = € 5000.

De TK bij deze hoeveelheid is 0,75Q2 + 25Q + 250 = 0,75 x 1002 + 25 x 100 + 250 = 0,75 x 10000 + 2500 + 250 = € 10250. De kosten liggen hoger dan de opbrengsten; winst maken is dus niet mogelijk.

Monopolie_TOmax2

Doelstelling kostendekking

In geval de monopolist Malleus kostendekking nastreeft geldt: TW = 0. De TK en TO zijn dan gelijk.

TK = TO → 0,75Q2 + 25Q + 250 = -0,5Q2 + 100Q → 0,75Q2 + 25Q + 250 + 0,5Q2 – 100Q = 0 → 1,25Q2 – 75Q + 250 = 0.

Deze vergelijking oplossen met behulp van de abc-formule: \(Q_{1,2} = \frac{-b \pm \sqrt{b^2 – 4ac}}{2a}\), levert op: Q1 = 3,54 (eerste snijpunt GTK met GO) en Q2 = 56,46 (tweede snijpunt GTK met GO). De monopolist kiest Q2 = 56 met als prijs: P = -0,5 x 56 + 100 → P = 72

Monopolie_TW0_02_gif

Ω

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email