De onzichtbare hand en de cacaomarkt

De onzichtbare hand is bedacht door de econoom Adam Smith die dit concept in 1776 in zijn boek “An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations” beschreef. In zijn visie jagen concurrerende bedrijven ieder hun eigen belang na, het maken van zoveel mogelijk winst. In dit streven dienen ze uiteindelijk het maatschappelijke belang, met andere woorden een onzichtbare hand dwingt de bedrijven om het goede te doen, ondanks dat ze eigenbelang nastreven. Bedrijven produceren namelijk niet omdat ze ons, de consumenten, zo aardig vinden, maar om geld aan ons te verdienen. En omdat ze graag ons geld willen, produceren ze alles wat wij consumenten maar willen. Beide partijen worden hiervan gelukkiger: wij geven liever geld dan dat we de producten zelf maken, en de producenten vinden ons geld belangrijker dan de moeite die zij in het maken van de producten moeten steken. Deze onzichtbare hand zien we op dit moment terug bij cacao.

De keten van cacao

Productie

Cacaobonen worden verbouwd in de landen rond de evenaar.

groeigebieden cacao

Afrika verbouwt verreweg de meeste cacao ter wereld. Met 2,5 miljoen ton cacaobonen per jaar is het continent verantwoordelijk voor 70% van de wereldproductie. Binnen Afrika komt 95% van de productie uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Ghana en Ivoorkust zijn verreweg de grootste producenten. Buiten Afrika komt de meeste cacao uit Indonesië en in mindere mate uit Midden-Amerika.

cacaoproductie 2010-2011

Het verbouwen van cacao is een arbeidsintensief proces. De cacaoproductie wordt gekarakteriseerd door een hoog aandeel van kleine boeren (smallholders). Maar liefst 95% van de cacao komt bij kleine boeren vandaan. De International Cocoa Organization (ICCO) schat dat 90% van de mondiale cacaoproductie wordt geproduceerd door circa 3 miljoen kleine boeren.

Verwerking

Cacaoverwerking vindt voornamelijk plaats in westerse landen. De meeste cacaobonen worden verwerkt in de Verenigde Staten en Nederland. De grootste cacaohaven ter wereld is Amsterdam. Onze cacao-industrie heeft een jaarlijkse omzet van € 2,5 miljard. En er werken meer dan 10.000 mensen. In de Zaanstreek wordt 25% van de cacao ter wereld verwerkt. Uiteindelijk wordt het grootste gedeelte van de ‘Amsterdamse’ cacao met toegevoegde waarde weer uitgevoerd, vooral naar de Verenigde Staten en (Oost-)Europa.

De cacao- en chocoladeketen wordt gedomineerd door zes brand companies en drie grote grinders, ofwel maalbedrijven. De grinders verwerken cacaobonen tot halffabricaten als poeder, olie en boter, bestemd voor de chocolade-industrie. De brand companies maken chocolade van deze halfproducten. Ongeveer tweederde van de cacaoproductie wordt gebruikt om chocolade en chocoladeproducten te maken. De cacaohandelaren bevoorraden ook de farmaceutische industrie en cosmeticabranche.

Consumenten

Cacao wordt voornamelijk geconsumeerd door geïndustrialiseerde landen. Europa consumeert 53% en Noord-Amerika 26% van alle chocola en andere cacaoproducten. Niet alleen Westerse landen blijven meer en meer chocolade consumeren. Ook de Chinezen, Indiërs en Russen eten steeds meer cacaoproducten. Dit is een gevolg van de stijgende welvaart.

Het probleem

Daling van het aanbod

In een normale marktsituatie bepalen vraag en aanbod de marktprijs en verhandelde hoeveelheid. In het geval van cacao hebben de grote afnemers veel meer marktmacht dan de kleine producenten en kunnen daarom de prijs dicteren. Producenten in West-Afrika stoppen hierdoor met de productie van cacaobonen omdat het telen van rubber en palmolie meer oplevert.

De productie wordt ook bedreigd door de oprukkende Sahel. Vele cacaoplantages ondervinden hinder van de klimaatsverandering.

Ook achterhaalde productiemethoden zorgen voor problemen. Cacaobomen stellen hoge eisen aan neerslag, temperatuur en bodemvruchtbaarheid. Ze groeien slecht in de volle zon en worden daarom onder schaduwbomen geplant. De opbrengst per hectare kan flink teruglopen als de bemesting onvoldoende is en de bomen te dicht op elkaar staan. Door de lage marktprijzen van de cacaobonen in het verleden hadden vele boeren onvoldoende geld om te bemesten en te investeren in nieuwe productiemethoden en -technieken.

De kleine boeren merken ook dat hun zonen en dochters liever naar de stad vertrekken dan hun cacaoplantages over te nemen.

Stijging van de vraag

Hoewel de vraag naar chocola blijft stijgen, stagneert dus het aanbod. Als de productie niet snel sterk kan worden verhoogd, kan er in 2020 al niet meer aan de wereldwijde vraag naar cacao worden voldaan.

De onzichtbare hand

Om het tij te keren hebben de brand companies zoals Kraft Foods Inc, Mars Inc, Hershey Company en Nestlé een wereldwijd rampenplan in werking gesteld om de productie op te schroeven. Zo verzorgt Mars samen met ontwikkelingsorganisaties als Solidaridad landbouwtrainingen, levert kunstmest en pesticiden. Hierdoor wil Mars boeren stimuleren om hun productie te verhogen.

Mars

In het streven van de grote fabrikanten naar winst en het veiligstellen van de productie van cacao, zorgen ze dus voor een maatschappelijk belang, namelijk het ondersteunen van boeren in de ontwikkelingslanden en ervoor te zorgen dat die een goed bestaan hebben. Want het belang van Mars en andere afnemers is een gedeeld belang met de boeren.

Wat jaren van ontwikkelingshulp niet is gelukt, lukt nu door de onzichtbare hand.

Bronnen:

Ω

Print Friendly, PDF & Email