De valutamarkt

Vraag en aanbod op de valutamarkt

Als er de bank vreemde valuta verkoopt voor euro’s, worden er euro’s aangeboden en wordt er vreemde valuta gevraagd: de vraag naar vreemde valuta stijgt en het aanbod van euro’s stijgt. Door deze kleine transactie zullen de koersen niet veranderen, maar dat gebeurt wel als er grote hoeveelheden verhandeld worden.

Voor ondernemingen die handelen binnen het eurogebied is er geen valutarisico. Ondernemingen die zaken doen met ondernemingen in landen met een andere munt lopen het risico dat op het moment van afrekenen de koers zo is veranderd dat de verwachte winst helemaal is verdwenen en er zelfs verlies wordt geleden. Flinke schommelingen in wisselkoersen belemmeren daarom internationale handel. Zodra mensen en bedrijven zaken gaan doen “over de grens” komt de valutamarkt om de hoek kijken. Een land dat (bijna) geen zaken doet met het buitenland zal zich over de koers geen zorgen maken. De valutamarkt is dus altijd een internationale markt.

Als buitenlandse consumenten Nederlandse goederen en diensten willen gebruiken moeten ze betalen met euro’s. Als die buitenlandse consumenten in Euroland wonen is dat geen probleem. Zo niet dan zullen ze eerst euro’s moeten kopen om de Nederlandse bedrijven mee te betalen. Zelfs als de Nederlandse bedrijven het goedvinden dat ze met hun eigen munten (bv. dollars) betalen dan zullen die Nederlandse bedrijven deze munten om gaan ruilen voor euro’s omdat ze daarmee hun leveranciers (in Euroland) en hun personeel moeten betalen en die willen euro’s.

Kortom: export van goederen en diensten door Nederlandse bedrijven naar landen buiten euroland betekent vraag naar de euro.

Naast het exporteren van goederen en diensten zijn er nog enkele transacties die de vraag naar euro’s beïnvloeden. Zo kan het gebeuren dat Nederlandse werknemers voor een buitenlands bedrijf werken, hun salaris ontvangen in bv. dollars en dat omzetten in euro’s. Er zijn Nederlandse bedrijven met vestigingen in het buitenland die de in het buitenland behaalde winst omzetten in euro’s. Er zijn mensen met spaargeld in het buitenland of buitenlandse aandelen die rente en winst opleveren die deze opbrengst van hun geld omzetten in euro’s.

Als mensen van buiten Euroland hun geld naar Nederland overmaken om het hier op een (spaar)rekening te zetten of te gebruiken voor het kopen van Nederlandse aandelen of bedrijven zelf dan betekent dat ook vraag naar de euro. Ze hebben er immers euro’s voor nodig die ze niet hebben. We noemen deze beleggingen, sparen en investeren, vanuit het buitenland kapitaalimport. Hiermee bedoelen we ook het kapitaal dat bedrijven naar Nederland sturen voor investeringen zoals voor het bouwen van een fabriek (= investeren).

Er zijn dus vier soorten transacties die leiden tot meer vraag naar euro’s:

  • De export van goederen vanuit Eurolanden naar niet-Eurolanden.
  • De export van diensten vanuit Eurolanden naar niet-Eurolanden.
  • Het binnenkomen van inkomen (loon, rente, winst) vanuit niet-Eurolanden.
  • Het binnenkomen van kapitaal (voor de renteopbrengst of om te investeren).

De koers van de euro wordt bepaald door vraag en aanbod van de euro. We hebben al gezien welke factoren van invloed zijn op de vraag. Bij het aanbod gaat het om dezelfde factoren, maar dan in tegengestelde richting. De vraag naar euro’s wordt groter door de export vanuit Nederland naar niet-Eurolanden, het aanbod wordt groter door meer import door Nederland vanuit niet-Eurolanden.

De koers van een munt

De koersbeweging van een munt wordt vaak weergegeven in een grafiek. Het is echter van belang je te realiseren wat de grafiek laat zien.

Hieronder staan 2 grafieken die in principe hetzelfde weergeven, namelijk de koersen van de euro en de Amerikaanse dollar ten opzichte van elkaar. De dollar is aan het stijgen, ofwel de euro is aan het dalen, als we de twee munten ten opzichte van elkaar bekijken.

Euro-dollarkoers: hoeveel dollars voor een euro

euro-dollar_2 jaar
Bovenstaande grafiek geeft de koers weer van de euro ten opzichte van de dollar, dat wil zeggen: hoeveel dollars krijg je voor een euro. De koers van de euro is aan het dalen. Kreeg je in februari 2013 nog ongeveer USD 1,35 voor € 1, in februari 2015 krijg je nog maar USD 1,132 voor € 1.

Dollar-eurokoers: hoeveel euro’s voor een dollar

dollar-euro_2 jaar
Bovenstaande grafiek geeft de koers weer van de dollar ten opzichte van de euro, dat wil zeggen: hoeveel euro’s krijg je voor een dollar. De koers van de dollar is aan het stijgen. Kreeg je in februari 2013 nog ongeveer € 0,75 voor USD 1, in februari 2015 krijg je  € 0,884 voor USD 1.

Omrekenen van euro-dollar naar dollar-eurokoers

Je kunt de euro-dollarkoers makkelijk omrekenen naar de dollar-eurokoers. Je deelt dan USD 1 door de koers van € 1: USD 1 / 1,132 = 0,8833…

Van dollar-eurokoers naar euro-dollarkoers gaat op dezelfde manier. Je deelt dan € 1 door de koers van USD 1: € 1 / 0,883 = 1,132…

Conclusie: € 1 = USD 1,132 is precies hetzelfde als USD 1 = € 0,883.

De betalingsbalans en koersveranderingen

Vraag en aanbod van een valuta zijn het gevolg van financiële transacties. En de omvang van alle internationale transacties staan netjes soort bij soort op de betalingsbalans. Op deze manier is er dus een verband te zien tussen wat er op de betalingsbalans staat en de verandering van de wisselkoers.

Er zijn bijvoorbeeld internationale geldstromen als gevolg van de export van goederen door een land. Die zorgen voor de vraag naar de munt van het land. De omvang van de vraag naar de munt staat hiervan aan de linkerkant op de goederenrekening van de betalingsbalans van dat land (in de eigen munt) aan de andere kant van deze handelsbalans staat het bedrag (in de eigen munt genoteerd) waarvoor goederen zijn geïmporteerd en dat het totale aanbod van de munt weergeeft. En dit verhaal geldt voor zowel de lopende rekening als de kapitaalrekening.

We kunnen dus kortweg stellen dat de linkerkant van de Betalingsbalans zorgt voor vraag naar de munt van dat land en de rechterkant van de Betalingsbalans zorgt voor aanbod van de munt van dat land. Als de inkomende geldstroom groter is dan uitgaande geldstroom, dan is de vraag naar de munt groter dan het aanbod van de munt en zal de koers daardoor zijn gestegen.

betalingsbalans VA

De betalingsbalans is dus een soort boekhouding die over een periode weergeeft hoe de valutastromen zijn. Hiermee is de wisselkoersontwikkeling inzichtelijk te maken.

Om inzicht te krijgen in wisselkoersbewegingen op de korte termijn, is de  kapitaalrekening van belang, op de lange termijn kijken is de lopende rekening van belang; dat wordt de goederenbenadering genoemd.

Wisselkoersbewegingen: oorzaken en gevolg

De lange termijn

Op de lopende rekening kunnen we zien wat er gebeurt met de handel in goederen en diensten (en inkomens). Consumenten en producenten kopen in het buitenland omdat de voordelen opwegen tegen de nadelen

Nadelen:

  • andere taal
  • andere munten
  • leveringsgarantie
  • enzovoort

Voordelen:

  • Het buitenland produceert de goederen/diensten goedkoper
  • De buitenlandse kwaliteit is beter
  • Nederland kan het zelf niet produceren (ijzererts, wintersport)
Wisselkoersverschillen

Als voorbeeld om het verschil in wisselkoersen te laten zien introduceren we de Quatro.

De Quatro is een product dat verhandeld wordt tussen de VS en Europa. In dit voorbeeld worden transportkosten buiten beschouwing gelaten. In de VS kost de Quatro USD 100 en in Europa € 90. De wisselkoers stellen we op USD 1 = € 0,90. Bij deze koers heeft het geen zin heeft voor een Europese importeur om het in de VS te kopen.

Als de koers USD 1 = € 1 was geweest, dan had een handelaar uit de VS het product in Europa gekocht, want dan kon hij het kopen voor € 90 en dus voor USD 90; en had hij het met winst (USD 10) in de VS kunnen verkopen. Omdat meer handelaren het doen, zou er dus meer vraag naar euro’s zijn, en zou dus de koers van de euro toenemen (en dus van de dollar afnemen).

Vraag

Bereken hoeveel een Europese importeur zou verdienen aan één Quatro als de koers USD 1 = € 0,83 zou zijn.

Uitwerking

De Quatro kost nog steeds USD 100 in de VS en € 90 in Europa, maar een Europese importeur hoeft maar USD 100 x 0,83 = € 83 te betalen. Winst bij verkoop tegen € 90 = € 7 per stuk.

Inflatieverschillen

De prijs van het product en de wisselkoers samen bepalen of er internationaal gehandeld wordt of niet. Stel nu eens dat de prijzen in Nederland harder stijgen dan in de VS, we zeggen ook wel de inflatie in Nederland is groter dan die in de VS. De Nederlandse producten worden duurder en de Amerikanen zullen dus minder bij ons kopen. De Nederlandse export daalt en je kunt verwachten dat de koers van de euro ook (iets) gaat dalen. Door die gedaalde koers van de euro worden de producten uit Nederland weer iets goedkoper voor de Amerikanen die weer iets meer naar onze producten gaan vragen.

De inflatie in de VS is heel hoog: 50% en in Europa is deze 0%. De Quatro kent dezelfde prijsstijgingen. De gevolgen voor de handel, de wisselkoers en de productie zijn als volgt:

De Amerikaanse producten worden heel duur, de Europese blijven gelijk in prijs. De export vanuit de VS neemt af, de export vanuit Europa neemt toe. Hierdoor daalt de vraag naar de dollar en stijgt de vraag naar de euro, waardoor de koers van de dollar daalt ten opzichte van de euro. Er worden minder Quatro’s in de VS geproduceerd en meer in Europa.

In die landen of economische blokken waar de ondernemingen hun productieprocessen verbeteren om nog efficiënter te kunnen produceren zal de inflatie laag zijn. Deze ondernemingen kunnen internationaal hun producten beter kwijt, dat betekent meer vraag naar hun producten en dus ook naar hun munt, waardoor de koers van die munt stijgt.

In landen waar de lonen flink stijgen, harder dan de arbeidsproductiviteit, worden de producten duurder. Daar gaat de inflatie dan harder dan in andere landen. We zeggen dan dat de concurrentiepositie van de bedrijven in die landen verslechtert en dat leidt tot minder export, minder vraag naar de munt van die landen en een dalende koers voor die landen.

Een koersdaling ervoor zorgt dat de producten van die landen, die te duur waren in het buitenland, door de koersdaling weer wat goedkoper worden, zodat de export weer wat toeneemt.

schema wisselkoers-concurrentieverhouding

Een koersstijging is dus niet per definitie goed voor de economie van een land en een koersdaling slecht. Uit de praktijk blijkt wel dat het voor de economie van een land goed is als de koers stabiel is en niet steeds hevig schommelt. Koersschommelingen zorgen voor onzekerheid en maken bedrijven bang om contracten te sluiten omdat ze niet weten wat de koers zal gaan doen.

Het is ook niet goed voor de economie van een land als de koers voortdurend daalt. Buitenlandse consumenten en producenten verliezen dan het vertrouwen in die munt en willen die munt niet meer. Dat betekent dat het aanbod van die munt toeneemt en de vraag daalt zodat de koers nog verder daalt. De munt kan dan internationaal onbruikbaar worden en dan kan het land vrijwel geen handel meer drijven met het buitenland.

De ontwikkelingen rond de inflatie, de export en import en de wisselkoers hebben vooral betrekking op de langere termijn. Het kost even tijd voor er een nieuw evenwicht ontstaat.

De korte termijn

Op de korte termijn spelen andere factoren een rol die van invloed zijn op de koers van een munt. Er zijn namelijk ook mensen en bedrijven die voortdurend bezig zijn hun geld zo goed mogelijk te beleggen. Ze zijn steeds op zoek naar het hoogste rendement, dat wil zeggen zoveel mogelijk rente of winst. Daarbij kijken ze ook over de grenzen heen.

Als de rente in de VS 6% is en in Nederland maar 4%, is het interessant om spaargeld om te zetten in dollars en op een Amerikaanse bank te zetten. Als dit omzetten op grote schaal gebeurd, betekent dit vraag naar dollars en de koers van de dollar stijgt. Ook het kopen van Amerikaanse aandelen door Europeanen leidt op deze manier tot meer vraag naar de dollar en een hogere koers. Grote pensioenfondsen of levensverzekeringsmaatschappijen hebben vanwege de grote bedragen waar zij mee werken  invloed op de koers.

Renteverschillen tussen landen hebben dus invloed op de geldstromen tussen landen. Het land met de hoogste rente trekt beleggers aan en ziet de vraag naar zijn munt toenemen en daarmee de koers stijgen. Al deze transacties komen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans terecht.

De laatste tientallen jaren is het effect van deze kapitaaltransacties op de koers erg groot geworden. De koers van een munt is dan meer het resultaat van kapitaalstromen die over de gehele wereld gaan dan van de goederenstromen. Deze kapitaalstromen reageren snel op veranderende situaties waardoor de koersen op de korte termijn flink kunnen schommelen.

Speculanten, mensen die proberen geld te verdienen door te gokken op toekomstige gebeurtenissen, weten hoe dit werkt. Als zij dus vermoeden dat de rente in Amerika wel eens zou kunnen gaan stijgen dan kopen zij vast dollars omdat die meer waard worden als de rente echt stijgt. Zo zal de stijging van de koers al plaatsvinden voordat de rente echt stijgt. Als die rente dan eenmaal stijgt dan zal de stijging van de koers niet meer zo groot zijn omdat de speculanten dan hun meer waard geworden dollars weer verkopen.

Samengevat kan gezegd worden dat de inflatie en de rente twee hele belangrijke factoren zijn die invloed hebben op internationale financiële transacties en daarmee de koers van een valuta. De inflatie heeft vooral invloed op de goederen en diensten en dus op de lopende rekening van de betalingsbalans en de rente vooral op de kapitaalstromen die op zoek zijn naar hoog rendement en op de kapitaalbalans genoteerd staan, dus: de kapitaalstromen hebben vooral invloed op de korte termijn en de goederen- en dienstentransacties vooral op de wat langere termijn.

Interventie

Een overheid kan in de markt ingrijpen als de uitkomst van de markt strijdig is met het “algemeen belang”. Ook op de valutamarkt komt overheidsingrijpen voor.

Als de politieke meerderheid in een land vindt dat de koers van zijn munt te laag is voor de eigen economie kan men besluiten hier iets aan te doen. De centrale bank van dat land kan met de voorraad buitenlandse valuta die ze beheert in het internationale communicatienetwerk gaan meespelen en met de voorraad buitenlandse valuta de eigen munt gaan opkopen. Zo komt er meer vraag naar de eigen munt en stijgt de koers.

Er is nog een tweede manier waarop de centrale bank kan proberen de vraag naar de eigen munt te vergroten. De centrale bank kan de rente verhogen die de gewone banken moeten betalen voor een lening bij de centrale bank. Deze gewone banken rekenen hun klanten ook weer een hogere rente en geven ook een hogere rente voor spaargeld. Deze hogere rente lokt buitenlandse beleggers naar dit land, die eerst hun eigen munt omwisselen voor de munt van dit land. Zo ontstaat er meer vraag naar de munt van dit land en stijgt de koers.

Waarom maken landen zich druk om de koers van hun munt?

De koers heeft grote invloed op de exportmogelijkheden van een land. Een hoge koers belemmert de export. Daar staat wel weer tegenover dat de import van grondstoffen goedkoper wordt. De stabiliteit van de koers van de munt is ook van belang voor de buitenlandse beleggers die van plan zijn hun geld in dat land te beleggen. Ze durven dit niet aan als de koers van het land dalend is, want dan krijgen ze na een periode sparen minder van hun eigen valuta terug voor hun spaargeld plus rente.

Een munt met een sterk schommelende koers is dus voor spaarders en investeerders niet erg aantrekkelijk en kan er voor zorgen dat de kapitaalstroom naar het land opdroogt. Zo kan een land in de problemen komen. Vooral om deze reden bemoeien overheden zich met de valutamarkt.

Ω