Europa – samenhang van economische begrippen

Domein H: Welvaart en groei, Oefenopgaven domein H: Welvaart en groei

In deze opgave staat de naam eurogebied voor de groep landen die de euro heeft ingevoerd. De ECB is de Europese  Centrale Bank.

In de figuur staan in een pijlenschema verbanden weergegeven tussen economische begrippen. De begrippen staan i n een kader. Elke pijl geeft een oorzaak-gevolg verband weer.

Een + bij een pijl geeft een positief verband aan tussen oorzaak en gevolg. Er is sprake van een positief verband als oorzaak en gevolg in dezelfde richting veranderen. Dus als beide stijgen of als beide dalen.

Voorbeeld pijl 5. Als de loonkosten per product dalen, daalt volgens pijl 5 het binnenlands prijspeil. Beide dalen, dus een positief verband. Als de loonkosten per eenheid product stijgen, stijgt volgens pijl 5 het binnenlands prijspeil. Beide stijgen, dus een positief verband.

Wanneer er een bij een pijl staat, is er een negatief verband tussen oorzaak en gevolg. Een negatief verband houdt in dat oorzaak en gevolg in tegenovergestelde richting veranderen. De een stijgt, de ander daalt. Of de een daalt en de ander stijgt.

Voorbeeld pijl 1. Als de bestedingen stijgen, (stijgt de productie en) daalt volgens pijl 1 de werkloosheid. Als de bestedingen dalen, stijgt volgens pijl 1 de werkloosheid.  De ene stijgt/daalt, de andere daalt/stijgt. Een negatief verband.

Beantwoord met behulp van de figuur de volgende vragen.

Vraag 1
Door welke factoren wordt volgens dit schema de concurrentiepositie van het eurogebied bepaald? Verklaar het antwoord.

Vraag 2
De rentetarieven van de ECB kunnen via de bestedingen invloed hebben op het saldo van de lopende rekening. Leg uit dat het saldo van de lopende rekening kan verbeteren als de rentetarieven van de ECB stijgen. Noteer het nummer van iedere pijl en licht het antwoord toe.

Vraag 3
Beschrijf de redenering die hoort bij de pijlen 8, 10 en 13.

Vraag 4
Beschrijf de redenering die hoort bij de pijlen 1 en 2.

Vraag 5
Beschrijf de redenering die hoort bij pijl 4.

Antwoorden

Vraag 1
Pijl 6. Als het binnenlands prijspeil stijgt, verslechtert de concurrentiepositie: de producten worden duurder voor het buitenland.
Pijl 10. Als de koers van de euro stijgt, betalen mensen buiten het eurogebied meer eigen valuta voor een euro. De producten worden duurder voor mensen buiten het eurogebied en hierdoor verslechtert de concurrentiepositie.

Vraag 2
Pijl 7, negatief verband. Als de rentetarieven van de ECB stijgen dan dalen de bestedingen omdat het duurder wordt om geld te lenen voor het kopen van producten en sparen aantrekkelijker wordt.
Pijl 12. Als de bestedingen dalen, daalt ook de import en hierdoor verbetert het saldo van de lopende rekening.

Vraag 3
Pijl 8. Als de ECB de rentetarieven verhoogt, wordt het voor buitenlandse beleggers aantrekkelijk om in het eurogebied te beleggen. De vraag naar euro’s stijgt waardoor de wisselkoers van de euro stijgt.
Pijl 10. Een hogere koers van de euro maakt producten uit het eurogebied duurder voor het buitenland waardoor de concurrentiepositie van het eurogebied verslechtert.
Pijl 13. Door een slechtere concurrentiepositie daalt de export en stijgt de import waardoor het saldo van de lopende rekening verslechtert.

Vraag 4
Pijl 1. Stijgende bestedingen leiden tot meer productie waardoor de werkgelegenheid stijgt en de werkloosheid daalt.
Pijl 2. Lagere werkloosheid leidt tot een krappere arbeidsmarkt waardoor de lonen kunnen stijgen. Als de lonen sterker stijgen dan de arbeidsproductiviteit, stijgen de loonkosten per product.

Vraag 5
Pijl 4. Als de arbeidsproductiviteit stijgt dan dalen – bij gelijkblijvende lonen – de loonkosten per product.

Ω