Gelijke monniken, gelijke kappen

In november 2008 publiceert een politieke partij een voorstel waarin wordt gepleit voor de invoering van een soort vlaktaks in Nederland. Een vlaktaks is een belastingstelsel waarbij elke belastingplichtige hetzelfde tarief aan belasting betaalt over elke euro belastbaar inkomen. In de bronnen 3 en 4 kun je zien welk belastingstelsel Nederland in 2009 kent en wat het voorstel van de politieke partij voor 2009 inhoudt. De partij stelt voor om naast een uniform belastingtarief wel één algemene heffingskorting te handhaven, zoals die ook bestaat in het huidige stelsel. De vermelde tarieven en bedragen gelden voor mensen jonger dan 65 jaar.

In deze opgave wordt het geheel van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen kortweg ‘belasting’ genoemd.

Gelijke_bron_3

Gelijke_bron_4

Vraag 1

Maak van de volgende zinnen een juiste economische redenering.

Het uniforme tarief van een vlaktaks is een voorbeeld van een …(1)… belastingtarief. Als het voorstel van de politieke partij ingevoerd zou worden, zal voor alle belastbare inkomens, in vergelijking tot het huidige belastingstelsel, het marginale belastingtarief …(2)…. Invoering van een uniform tarief zal, in vergelijking met het huidige tariefstelsel, leiden tot …(3)… van de secundaire inkomens.

Kies uit:

  1. degressief / progressief / proportioneel
  2. dalen / stijgen
  3. denivellering / nivellering
Antwoord vraag 1

proportioneel, want iedereen betaalt een gelijk aantal procenten belasting.

dalen, want nu zijn de marginale tarieven 33,6%, 42% en 52%. Bij het vlaktaksvoorstel is het marginale tarief 32%.

denivellering, want de hogere inkomens profiteren meer van het marginale tarief in het vlaktaksvoorstel. Zij betalen dan slechts 32% in plaats van 42% of 52%.

 

Het voorstel van de politieke partij leidt tot veel reacties. Op het weblog van deze partij worden de volgende reacties geplaatst:
Bert, 27 jaar.
“De vlaktaks is goed. Nu profiteren hoge inkomens te veel van allerlei aftrekposten. Gebleken is dat er in landen die de vlaktaks hebben ingevoerd meer belasting wordt ontvangen. Procentueel betaalt iedereen wel hetzelfde maar in geld betalen de hogere inkomensgroepen meer, ook omdat ze niet meer profiteren van die aftrekposten. Daardoor zullen de ontvangsten van de inkomstenbelasting per saldo toenemen.”
Janet, 31 jaar.
“Ik vind dat bij een echte vlaktaks ook alle aftrekposten, kortingen en vrijstellingen moeten verdwijnen. In dit voorstel blijft de algemene heffingskorting bestaan. Daarom stel ik voor: schaf ook de algemene heffingskorting af. Dan kan het tarief van de vlaktaks nog lager worden dan die 32%.”
Marieke, 40 jaar.
“Ik vraag mij af: hoe verkoop je dit aan de kiezer? Deze vlaktaks zal leiden tot grotere netto inkomensverschillen. Zeker in een tijd van recessie is dat niet uit te leggen. Extra maatregelen ter compensatie zijn dus onvermijdelijk. Ook al ontnemen die het nieuwe systeem zijn eenvoud. Jammer, want de eenvoud was nu juist het aantrekkelijke.”

Marieke woont alleen in een huurhuis, heeft geen kinderen en werkt in loondienst. Haar belastbaar inkomen in 2008 bedroeg € 30.798 (afgerond). In bron 5 is voor beide belastingstelsels grafisch weergegeven hoe voor belastingplichtigen met een persoonlijke situatie als die van Marieke het uiteindelijk te betalen bedrag aan belasting zich verhoudt tot het belastbaar inkomen.

Gelijke_bron_5
Gebruik bronnen 3, 4 en 5 en de gegeven reacties naar eigen inzicht bij de vragen 2 tot en met 5.

Vraag 2

Toon met een berekening aan dat voor Marieke het te betalen bedrag in het vlaktaksstelsel gelijk zal zijn aan het te betalen bedrag in het huidige stelsel.

Antwoord vraag 2
Huidige stelsel
Schijf 1 € 17.878 € 17.878 x 0,336 = € 6.007
Schijf 2 € 30.798 – € 17.878 = € 12.920 x 0,42 = € 5.426 +
€ 11.433
Algemene heffingskorting € 2.074
Heffingskorting < 57 jaar € 1.504 +
€ 3.578
Totaal te betalen belasting € 7.855

 

Vlaktaksstelsel
Belastingbedrag € 30.798 x 0,32 = € 9.855
Heffingskorting € 2.000
€ 7.855

Marieke betaalt dus hetzelfde bedrag in beide stelsels.

Vraag 3

Bereken het bedrag in euro’s dat in de figuur van bron 5 ingevuld moet worden bij het vraagteken.

Antwoord vraag 3
Het vraagteken staat bij het vlaktaksstelsel. In dat stelsel geldt een algemene heffingskorting van € 2.000. We zijn dus op zoek naar een inkomen waarbij het berekende belastingbedrag € 2.000 is. Halen we daar de heffingskorting van af, dan hoeft er € 0 belasting betaald te worden, dus: belastingbedrag – € 2.000 = 0.

Het belastingbedrag vóór de heffingskorting moet dan zijn: 0,32 x het inkomen = € 2.000. Het inkomen wordt dan: € 2.000 / 0,32 = € 6.250. Controle: 0,32 x € 6.250 = € 2.000.

Vraag 4

Geef een andere verklaring dan de verklaring van Bert, voor een toename van de belastingontvangsten na de invoering van dit vlaktaksvoorstel.

Antwoord vraag 4
Juiste verklaringen zijn:
  • De overheid ontvangt meer winstbelasting omdat door de (relatieve) daling van de loonkosten de winstgevendheid van de bedrijven verbetert.
  • De overheid ontvangt meer btw omdat een daling van het marginale belastingtarief parttimers aanzet tot meer werken waardoor (bij sommige gezinnen) de netto-inkomens stijgen en er dus meer uitgegeven zal worden.
  • De overheid ontvangt meer inkomstenbelasting omdat door de daling van het marginale tarief zwartwerk minder aantrekkelijk wordt.
Vraag 5

Gelijke_bron_6

Indien het voorstel van Janet zou worden uitgevoerd, zou de grafiek van bron 5 veranderen. In bron 6 zijn vier varianten weergegeven.
Welk van deze vier grafieken, A, B, C of D, geeft deze verandering juist weer? Verklaar het antwoord.

Antwoord vraag 5
Zonder aftrekposten, kortingen en vrijstellingen start de lijn vanuit de oorsprong. Doordat het vlaktakstarief dan lager kan worden, wordt de lijn minder steil. Grafiek C is dus de juiste grafiek.

 

Bron: Eindexamen economie pilot havo 2010 TV1

Print Friendly, PDF & Email