Werken met grote getallen

Bij economie werk je vaak met grote getallen. Miljoenen en miljarden komen regelmatig voor. Het is dan zaak om met die grote getallen een beetje slim om te gaan.

Wat is een miljoen en wat is een miljard?

Een miljoen is een 1 met 6 nullen: 1.000.000; in totaal dus 7 cijfers.
Een miljard is 1000 miljoen, dus een 1 met 9 nullen: 1.000.000.000; in totaal dus 10 cijfers. Omwille van de leesbaarheid zetten we bij grote bedragen leespunten. Steeds vóór een groepje van 3 nullen komt zo’n leespunt te staan. Maar typ die leespunten niet in in je rekenmachine; dan krijg je een fout.

duizend 1.000 3 nullen
honderdduizend 100.000 5 nullen
miljoen 1.000.000 6 nullen
miljard 1.000.000.000 9 nullen
700.000 0,7 miljoen
900 miljoen 0,9 miljard

Rekenen met grote getallen

Moet je rekenen met breuken, dan mag je de teller (het getal boven de streep) en de noemer (het getal onder de streep) met hetzelfde getal delen. Als je dus boven de streep en onder de streep evenveel nullen wegstreept, blijft de breuk toch gelijk.
100.000/1.000.000 is evenveel als 1/10, want je streept bij beide getallen 5 nullen weg: 100.000/1.000.000 = 100000/1000000.

Als je dus met grote getallen moet rekenen, en je bent bang dat je het verkeerd in je rekenmachine typt, probeer dan eerst boven en onder de streep hetzelfde aantal nullen weg te strepen. Dan krijg je wat gemakkelijkere getallen. En hou er rekening mee dat de puntjes die steeds tussen 2 groepjes van 3 cijfers staan, er alleen maar staan om het getal wat makkelijker te kunnen lezen. Deze mag je dus nooit op je rekenmachine intypen.

Voorbeelden

1) Het bbp (bruto binnenlands product) van Nederland is € 520 miljard. Nederland heeft 16 miljoen inwoners. Hoeveel is het bbp per Nederlander?

Uitwerking: 1 miljard is een 1 met 9 nullen. 520 miljard is dus 520.000.000.000. 1 miljoen is een 1 met 6 nullen. 16 miljoen is dus 16.000.000. Zoals je ziet kun je van beide getallen 6 nullen wegstrepen zonder dat de breuk verandert! Dan krijg je dus de volgende getallen: 520.000 en 16. En met deze 2 getallen ga je rekenen. De uitkomst is dan € 520.000 / 16 = € 32.500 per Nederlander.

2) Mijn champignonkwekerij heeft dit jaar 0,25 miljard champignons verkocht. Ik heb daarvoor € 4.500.000 ontvangen. Wat was de prijs van 1 champignon?

Uitwerking. Je gaat eerst 0,25 miljard helemaal opschrijven. 1 miljard heeft 9 nullen, maar je kunt achter het getal 0,25 geen 9 nullen zetten. Je hebt namelijk geen heel miljard, maar een kwart miljard. Helemaal opgeschreven ziet 0,25 miljard er zo uit: 250.000.000. € 4.500.000 is al helemaal uitgeschreven, dus met dat getal hoef je verder niets te doen. We kunnen nu van beide getallen 5 nullen wegstrepen. Dan houden we over: 2.500 en 45. Dat zijn de getallen waar we nu mee gaan rekenen. De uitkomst is dan € 45 / 2.500 = € 0,018 per champignon.

Ω

 

Print Friendly, PDF & Email