H1 §1 Voor niks gaat de zon op

Behoeften

Alle mensen hebben behoeften. Maar de behoeften overtreffen altijd de middelen die nodig zijn om de behoeften te bevredigen, met andere woorden: de behoeften zijn oneindig en de middelen zijn beperkt. De mensen zullen dus moeten kiezen welke behoeften ze willen bevredigen met de middelen die ze hebben. Economie bestudeert hoe mensen hun behoeften bevredigen met de middelen die ze hebben.

Schaarse goederen

In de economie heeft schaars een andere betekenis dan wat mensen normaal bedoelen. Meestal wordt met schaars bedoeld dat er niet veel van het goed is, in de economie wil schaars zeggen dat er productiefactoren voor gebruikt zijn om het goed te produceren. Dus al zijn er nog zoveel van, als er productiefactoren voor nodig waren om het goed te produceren, is het een schaars goed. Daarom is goud een schaars goed, maar een paperclip ook.

Vrije goederen

In tegenstelling tot schaarse goederen worden voor vrije goederen geen productiefactoren gebruikt. Er is dus niets “nodig” om een vrij goed te produceren en voor het bevredigen van de behoefte aan een vrij goed hoeven mensen dus niet te kiezen. Voorbeelden van vrije goederen zijn een regenbui, sneeuw, wind, zonlicht, lucht.

De productiefactoren

Voor het produceren van goederen en diensten hebben bedrijven middelen nodig. Deze middelen noemen we de productiefactoren. Er zijn 4 productiefactoren: Kapitaal, Arbeid, Natuur en Ondernemerschap, kortweg de KANO.

De natuur levert allerlei zaken die niet door de mens “gemaakt” worden. Voorbeelden hiervan zijn landbouwproducten, vis, mijnbouwproducten. De natuur en niet de mens zorgt hiervoor.

Machines, gereedschap, auto’s, gebouwen, voorraden enzovoort zijn goederen die nodig zijn om te kunnen produceren. Het worden kapitaalgoederen genoemd omdat een ondernemer hierin moet investeren: hij moet er kapitaal insteken.

Arbeid wordt geleverd door de werknemers. Tegen een vergoeding, salaris of loon, leveren zij de arbeid aan het bedrijf.

Ondernemerschap is ondernemer die de productiefactoren combineert om producten of diensten te kunnen produceren. Ondernemerschap is feitelijk een soort arbeid, maar ons boek beschouwt het als een aparte productiefactor.

Zelf maken of consumeren?

Er zijn twee mogelijkheden om behoeften te bevredigen: de mens maakt het zelf of hij koopt het. Als hij het zelf maakt heet dat zelfvoorziening. Stel iemand wil een tafel hebben. Koopt hij koopt planken, lijm, schroeven en ander materiaal, en hij maakt de tafel zelf dan is dat zelfvoorziening. Zijn behoefte is een tafel en niet planken, lijm, schroeven enzovoort.

Koopt hij de tafel kant en klaar dan consumeert hij. Consumeren is het kopen van kant-en-klare goederen en diensten; hij koopt een consumptiegoed.

Goed of dienst?

Het verschil tussen een goed en een dienst is vrij eenvoudig. Een goed kun je vastpakken, een dienst niet. Een potlood is een goed, het kan vastgepakt worden. Een taxirit is een dienst, het ritje van A naar B kun je niet vastpakken. Natuurlijk kun je de taxi wél vastpakken, maar de behoefte is het ritje, niet de taxi!

Ω