H1 §3 Van ruilen komt geen huilen

Directe ruil

Als er goederen of diensten onderling geruild worden, wordt dat directe ruil genoemd. Er komt namelijk geen geld aan te pas. Vroeger werd elke ruil direct gedaan. Geld bestond nog niet en iedereen moest door direct te ruilen aan zijn gewenste spullen komen.

Nadelen van directe ruil

  • Het kost erg veel tijd en moeite. Steeds weer moesten de mensen op zoek naar andere mensen om mee te kunnen ruilen en ook iedere keer moest weer de ruilverhouding bepaald worden.
  • Er is geen arbeidsverdeling. Gespecialiseerde beroepen kunnen amper bestaan; iedereen was tegelijkertijd bakker, slager, boer, veehouder, schoenmaker, kleermaker.
  • Schaalvergroting is niet mogelijk. Ruilen kost veel tijd en moeite, daarom is het amper mogelijk om veel van hetzelfde te produceren. Als er veel van hetzelfde geproduceerd wordt, spreken we van productie op grotere schaal.

Indirecte ruil

Vanaf het moment dat geld “uitgevonden” werd, ontstond de indirecte ruil. Goederen werden niet meer tegen goederen geruild, maar een goed werd gekocht met geld. Met het door ruil verkregen geld kon de bezitter ervan weer andere goederen kopen.

Voordelen van indirecte ruil

  • Mensen konden zich specialiseren. Wie goed was in broodbakken werd bakker, wie goed kleren kon maken werd kleermaker. Er ontstonden dus aparte beroepen.
  • Door het ontstaan van beroepen werden de beoefenaars hiervan steeds beter in hun beroep, met andere woorden, ze konden steeds meer produceren. Er treedt schaalvergroting op.
  • Door de specialisatie en de schaalvergroting wordt de arbeidsproductiviteit hoger: de productie per persoon stijgt.
  • Er komen nieuwe beroepen, de arbeidsverdeling neemt dus toe.

Winst voor alle partijen

Bij ruilen willen alle partijen er op vooruit gaan, en dat is mogelijk.

De consument is bereid om een bepaald bedrag te betalen voor een goed of dienst. Dat noemt men de betalingsbereidheid. Is het koopbedrag lager dan zijn betalingsbereidheid, dan heeft hij voordeel.

De producent heeft voordeel als hij een hogere prijs krijgt, dan waarvoor hij het kan maken. De prijs waarvoor een producent zijn product kan maken is de kostprijs. Verkoopt hij het voor een hoger bedrag dan is dat meerdere zijn winst.

Ω

Print Friendly, PDF & Email