H1 §4 De waarde van geld

Geld is fiduciair

Goedbeschouwd is ons geld weinig “waard”. Het zijn niet meer dan metalen schijfjes, bedrukte velletjes papier en een digitaal saldo op de bank. Toch gebruiken we ons geld alsof het een grote waarde heeft. Dat heeft alles te maken met ons vertrouwen in geld. En het Latijnse woord voor “vertrouwen” is “fiducio”. Fiduciair is dus “gebaseerd op vertrouwen”.

We vertrouwen er op dat als we een briefje van € 10 ruilen tegen goederen of diensten, deze goederen of diensten ook € 10 waard zijn. En de ontvanger van dat briefje vertrouwt er op dat hij ook weer goederen en diensten kan krijgen die € 10 waard zijn. Verliezen we ons vertrouwen in geld, dan schakelen we weer net zo makkelijk over op directe ruil.

De eisen aan geld

Geld moet aan een aantal eisen voldoen om als geld gebruikt te kunnen worden. Het moet

  1. Deelbaar zijn: de munten en bankbiljetten moeten verschillende van waarde zijn;
  2. Handzaam zijn: het moet makkelijk hanteerbaar zijn;
  3. Niet bederfelijk zijn: het moet zijn waarde houden.

De verschillende waardes van geld

We onderscheiden vier verschillende waardes van geld:

  1. De intrinsieke waarde ook wel de materiaalwaarde: hoeveel is het materiaal waard waarvan de munt of het bankbiljet gemaakt is. De materiaalwaarde van een euromunt is tussen de € 0,01 en € 0,13, afhankelijk van het gebruikte materiaal. De materiaalwaarde van een bankbiljet ligt rond de € 0,10.
  2. De nominale waarde: hoeveel is de waarde die op de munt of bankbiljet afgedrukt staat. De intrinsieke waarde mag nooit hoger zijn dan de nominale waarde.
  3. De interne waarde: de hoeveelheid goeeren en diensten die in eigen land voor een euro gekocht kunnen worden.
  4. De externe waarde: de hoeveelheid buitenlands geld die voor een euro gekocht kunnen worden.

De functies van geld

Geld heeft drie functies:

  1. Ruilfunctie: geld kan gebruikt worden om te ruilen tegen goederen en diensten;
  2. Rekenfunctie: door middel van de prijs goed kunnen goederen vergeleken worden;
  3. Spaar- of oppotfunctie: geld kan gebruikt worden om te bewaren voor latere consumptie.

De soorten geld

Er zijn twee soorten geld: het tastbare geld en het digitale geld.

  1. Het tastbare geld wordt het chartale geld genoemd. Het zijn de munten en bankbiljetten.
  2. Het digitale geld wordt het girale geld genoemd. Het is het geld op een bankrekening waarmee bijvoorbeeld gepind kan worden, of via internetbankieren mee betaald kan worden

Giraal geld

Er zijn dus verschillende manieren om giraal, digitaal dus, te betalen. Een aantal hiervan hebben bijzonderheden.

Pinpas

Als er geld gepind wordt, gaat het van giraal naar chartaal. Eerst staat het op een bankrekening, daarna worden het bankbiljetten. Pint iemand bij een winkel, dan gaat het geld meteen van de ene naar de andere bankrekening. Het blijft dan giraal geld.

Creditcard

Een creditcard is een speciale pinpas. De creditcardmaatschappij schiet namelijk het geld voor, het is een soort lening. Het geld gaat dan ook niet meteen van een bankrekening af, maar pas aan het einde van de maand worden alle aankopen die in de maand met een creditcard gedaan zijn ineens van de bankrekening afgeschreven.

Chipknip

Het geld op een chipknip is niet chartaal en niet giraal. Het geld staat op een aparte chip op je pinpas. Het is dus niet meer op een bankrekening aanwezig en het zijn ook geen munten of bankbiljetten: het zit er tussenin. De chipknip wordt nog maar sporadisch gebruikt voor bijvoorbeeld parkeren.

Ω

Print Friendly, PDF & Email