Van omzet naar winst

Van omzet naar winst

De omzet wordt berekend met de formule: TO = P x Q. TO = Totale Opbrengst ofwel Omzet, P = prijs per stuk, Q = het aantal verkocht ofwel de afzet. Als we van die totale opbrengst alle kosten van het bedrijf afhalen, houden we de winst over.

Alvast een paar afkortingen:

  • TO = Totale Opbrengst, de Omzet;
  • TK = Totale Kosten;
  • TW = Totale Winst

De Totale Kosten (TK)

Alle kosten van een bedrijf noemen we de Totale Kosten, afgekort TK. De TK bestaan uit twee componenten:

  • de vaste kosten, ook wel constante kosten genoemd;
  • de variabele kosten.

Vaste kosten hangen niet af van het aantal geproduceerde goederen, sterker nog: de vaste kosten moet je betalen al produceer je helemaal niets. Voorbeelden van vaste kosten zijn: de huur of hypotheek van je gebouw, verzekeringen, loon van vast personeel.

Variabele kosten hangen wel af van het aantal geproduceerde goederen. Maak je veel goederen dan heb je veel variabele kosten, maak je weinig dan heb je weinig variabele kosten. Voorbeelden van variabele kosten zijn: grondstoffen, materiaal, loon van oproepkrachten.

De kostprijs

Als een bedrijf weet hoeveel de TK zijn en het aantal producten dat ze gemaakt hebben, kunnen ze ook de kostprijs uitrekenen. De kostprijs is niets anders dan de totale kosten per product, met andere woorden: hoeveel heeft het het bedrijf gekost om de producten te maken. Zijn de TK € 1000 en het aantal geproduceerde goederen is 500, dan is de kostprijs € 1000 ÷ 500 = € 2 per stuk. Heeft het bedrijf geen 500 maar slechts 250 producten geproduceerd dan wordt de kostprijs € 1000 ÷ 250 = € 4 per stuk.

Print Friendly, PDF & Email