Het is weer tijd voor het belastingformulier! 2009 TV2

Informatiebron 1. Gegevens Sjoerd
  1. Sjoerd woont met zijn 2 kinderen van 4 en 6 jaar in Woerden.
  2. De WOZ-waarde van hun woning bedraagt € 230.000.
  3. Het huis is gefinancierd met een hypothecaire lening van € 220.000, waarover in 2007 € 9.460 aan rente is betaald en € 7.333 aan aflossing.
  4. De gemiddelde waarde van het saldo van bezittingen en schulden van Sjoerd bedraagt € 100.000 waarover hij in Box 3 belasting moet betalen.
  5. Het drempelinkomen van Sjoerd bedraagt € 146.805.

 

Informatiebron 2. Tabel Eigenwoningforfait
Waarde van de woning Eigenwoningforfait
niet meer dan € 12.500 0,00%
€ 12.001 t/m € 25.000 0,20%
€ 25.001 t/m € 50.000 0,30%
€ 50.001 t/m € 75.000 0,40%
meer dan € 75.000 0,55%
Het eigenwoningforfait is maximaal € 9.150

 

Informatiebron 3. Box 1
Schijf Belastbaar inkomen
uit werk en woning
Inkomensheffing Heffing over het totaal
van de schijven
1 t/m € 17.318 33,65% € 5.827
2 € 17.319 t/m € 31.122 41,40% € 11.541
3 € 31.123 t/m € 53.064 42% € 20.756
4 meer dan € 53.064 52%

 

Informatiebron 4. Box 3
  • De eerste € 20.014 van het vermogen is belastingvrij.
  • De fiscus gaat ervan uit dat je jaarlijks een rendement van 4% op sparen en beleggen verwerft (het maakt niet uit of je in werkelijkheid meer of minder dan 4% krijgt).
  • Voor het inkomen uit sparen en beleggen geldt een vast tarief van 30%.

Het is weer zover. De te betalen inkomstenbelasting moet worden vastgesteld. Sjoerd (38 jaar) wil digitaal aangifte doen van de inkomstenbelasting 2007, maar om een goed overzicht voor zichzelf te hebben vult hij eerst de aangifte op papier in. Hij heeft allerlei informatie verzameld om aan de slag te kunnen.

Vraag 1

Bereken met behulp van informatiebronnen 1 en 2 het inkomen uit eigen woning.

Doe het zo: neem de letters a, b en c over op je antwoordblad. Vul aan de hand van onderstaand schema de bedragen in die komen op de plaatsen van de letters a, b en c.

Eigenwoningforfait € …..a…..
Hypotheekrente € …..b…..
Inkomen uit eigen woning € …..c…..
Antwoord vraag 1

De WOZ-waarde is het uitgangspunt voor de berekening van het eigenwoningforfait. In Sjoerds geval is zijn woning € 230.000 waard. Het eigenwoningforfait is 0,55% van € 230.000 = € 1.265 (a). De betaalde hypotheekrente is € 9.640 (b).

Het inkomen uit eigen woning is dus: € 1.265 – € 9.640 = – € 8.195 (c).

 

Vraag 2

Gebruik informatiebron 3.

Na verrekening van het inkomen uit eigen woning was het belastbaar inkomen van Sjoerd in 2007: € 46.805. Bepaal het te betalen bedrag aan belasting in Box 1 voor Sjoerd. Laat de berekening zien.

Je mag onderstaand schema overnemen op je antwoordblad of je eigen berekening maken.

Belasting
Belastbaar inkomen ………. ……….
Heffing schijf 1 en 2 ………. ……….
Heffing schijf 3 ………. ……….
Verschuldigde belasting vóór aftrek heffingskortingen ………. ……….
Antwoord vraag 2

Het belastbaar inkomen is € 46.805.

In schijf 1 en 2 valt € 31.122. Hierover betaalt hij € 11.541 belasting. Dan moet Sjoerd nog belasting betalen over € 46.805 – € 31.122 = € 15.683. Over die € 15.683 betaalt hij 42% = € 6.586 belasting. In totaal betaalt hij dus: € 11.541 + € 6.586 = € 18.127 belasting.

 

Vraag 3

Gebruik informatiebronnen 1 en 4.

Bepaal het te betalen bedrag aan belasting in Box 3 voor Sjoerd. Bereken hiervoor eerst het bedrag waarover belasting moet worden betaald.

Antwoord vraag 3

Het vermogen van Sjoerd is € 100.000 namelijk het verschil tussen zijn bezittingen en zijn schulden (informatiebron 1, punt 4).

Hiervan zijn de eerste € 20.014 belastingvrij (informatiebron 4, punt 1). Hij moet in box 3 dus belasting betalen over € 100.000 – € 20.014 = € 79.986.

Zijn rendement is 4% (informatiebron 4, punt 2) over € 79.986 = € 3.199,44.

Hierover moet hij 30% belasting betalen: 0,30 x € 3.199,44 = € 959 (naar beneden afgerond).

 

Vraag 4

Gebruik informatiebron 1.

In 2007 heeft Sjoerd een erfenis van € 80.000 ontvangen. Hij overweegt hiervan een kwart te schenken aan een goed doel, namelijk de Clinic clowns. Hij vraagt zich af hoeveel hij hiervan af had mogen trekken van zijn belastbaar inkomen. Hij leest in de brochure van de belastingdienst dat hij niet het hele bedrag had mogen aftrekken. De zogenaamde drempel moet er eerst vanaf.

Bepaal het aftrekbedrag van de giften als Sjoerd de gift aan de Clinic clowns had gedaan.

Doe het zo: Neem onderstaand schema over op je antwoordblad en vul de bedragen in.

Bedrag giften (0,25 x € 80.000 € 20.000
Af: drempel¹ € …………
Aftrekbedrag² € …………
¹De drempel bedraagt 1% van het drempelinkomen.
² Het aftrekbedrag is minimaal € 60 en maximaal 10% van het drempelinkomen.
Antwoord vraag 4

Een drempel van 1% van het drempelinkomen wil zeggen dat 1% van het drempelinkomen niet mag worden afgetrokken.

In Sjoerds geval is zijn drempel 1% van 146.805 = € 1.468.

Het aftrekbedrag is dan: € 20.000 – € 1.468 = € 18.532

Dit bedrag ligt boven het maximale aftrekbedrag van 10% van € 146.805 = €14.680.

Hij mag dus maar € 14.680 aftrekken.

Vraag 5

De inkomstenbelasting in Nederland werkt nivellerend. Giften zijn een voorbeeld van een aftrekpost voor de inkomstenbelasting. Deze aftrekposten hebben een denivellerende werking.

Wat betekent ‘de aftrekposten werken denivellerend’?

Antwoord vraag 5

Denivelleren wil zeggen dat de afstand tussen hoge en lage inkomens in verhouding steeds groter wordt.  Door de aftrekposten wordt die afstand groter, want daardoor betalen mensen minder belasting dan ze zouden moeten.

Ω

Print Friendly, PDF & Email