Uitleg van het Nederlandse belastingschijventarief

Belastingen, Domein H: Welvaart en groei, Uitleg schijventarief

De bronnen van inkomen

De bronnen van inkomen van alle mensen zijn de vergoedingen voor het ter beschikking stellen van de productiefactoren:

  • Productiefactor Kapitaal: vergoedingen zijn huur en rente
  • Productiefactor Arbeid: vergoeding is loon
  • Productiefactor Natuur: vergoeding is pacht
  • Productiefactor Ondernemerschap: vergoeding is winst.

Deze vergoedingen samen vormen het primaire inkomen en over deze vergoedingen moet een deel afgedragen worden aan de overheid in de vorm van belasting en premies volksverzekeringen.

De Boxen

Het Nederlandse belastingstelsel verdeelt het inkomen in 3 categorieën die boxen genoemd worden.

Box 1

In box 1 wordt belasting geheven over:

  • het inkomen uit arbeid of uitkering;
  • het inkomen uit een eenmanszaak of v.o.f.;
  • het inkomen uit de eigen woning.

De belastingheffing is progressief wat betekent dat steeds een hoger percentage belasting betaald moet worden naarmate het inkomen hoger is. De uitleg van dit stelsel staat hierna.

Box 2

In box 2 wordt belasting geheven over het aanmerkelijk belang. Er is sprake van een aanmerkelijk belang als iemand meer dan 5% aandelen heeft in een vennootschap (N.V. of B.V.). Het inkomen van die aandelen wordt met een vast percentage belast. In 2017 is dat 25%.

Box 3

In box 3 wordt belasting geheven over sparen en beleggen. Box 3 betreft dus vermogensbelasting.

Onder vermogen vallen:

  • spaarrekeningen;
  • winst uit beleggingen;
  • tweede huizen;
  • enzovoort.

Het belastingtarief is 1,2%. Er wordt met een vast percentage “winst” gerekend van 4%, ongeacht de werkelijke winst. Over die 4% winst heft de Belastingdienst 30% belasting en 30% belasting van 4% winst is 1,2%.

Uitleg van het schijventarief in Box 1

Omdat de meeste inwoners van Nederland (alleen) inkomen uit arbeid hebben volgt hierna de uitleg van het schijventarief.

In Nederland moet belasting betaald worden over het primaire inkomen volgens een progressief stelsel. Dat betekent dat lage inkomens relatief weinig belasting betalen en naarmate het inkomen hoger is, er steeds meer belasting betaald moet worden. Het Nederlandse belastingstelsel werkt met een schijventarief.

Aftrekposten

Het primaire inkomen is het bruto-inkomen. Van dat primaire inkomen mogen bepaalde uitgaven worden afgetrokken voordat de inkomensheffing, de te betalen belasting, berekend wordt. Deze uitgaven worden aftrekposten genoemd.

Belangrijke aftrekposten zijn:

  • de betaalde hypotheekrente voor een eigen huis;
  • reisaftrek openbaar vervoer;
  • bepaalde zorgkosten;
  • studiekosten;
  • bepaalde pensioenpremies.

Als de belastingbetaler een eigen woning heeft, moet hij het eigenwoningforfait, het voordeel dat iemand heeft van een eigen woning, bij zijn primaire inkomen optellen.

Belastbaar inkomen in Box 1 in een schema
Primaire inkomen
+ Eigenwoningforfait
Aftrekposten
= Belastbaar inkomen

Belastbaar inkomen

Het belastbaar inkomen is dus het bruto-inkomen waar de aftrekposten vanaf getrokken zijn en het eigenwoningforfait bij is opgeteld. Het belastbaar inkomen wordt vervolgens belast volgens het progressieve belastingstelsel: hoe hoger het belastbare inkomen is, hoe meer belasting betaald moet worden.

Na het berekenen van het belastingbedrag, de belastingheffing, mogen er nog heffingskortingen afgetrokken worden. Deze heffingskortingen verlagen het te betalen belastingbedrag.

Berekende belastingheffing −/− heffingskortingen = verschuldigde belastingbedrag

De belastingschijven en de belastingtarieven 2014

Voor de uitleg is gekozen voor het schijventarief van 2014 waarbij:

  • schijf 1 loopt van € 0 tot € 19.645 met een belastingtarief van 36,25%;
  • schijf 2 loopt van € 19.645 tot € 33.363 met een belastingtarief van 42%;
  • schijf 3 loopt van € 33.363 tot € 56.531 met een belastingtarief van 42%;
  • schijf 4 loopt vanaf € 56.531 tot oneindig met een belastingtarief van 52%;
  • geen rekening gehouden wordt met heffingskortingen en aftrekposten.

Belangrijk

  • In de schijven 1 en 2 bestaat het percentage uit belasting en premies voor de sociale verzekeringen. In de schijven 3 en 4 bestaat het percentage alleen uit belasting. Daarom hebben de schijven 2 en 3 hetzelfde percentage. Alle belastingbedragen worden naar beneden afgerond op hele euro’s.
  • De belastingpercentages en de lengte van de belastingschijven, de maximale bedragen in een schijf, kunnen jaarlijks aangepast worden door de overheid.

Het schijventarief van de Nederlandse inkomstenbelasting


Het belastingschijventarief wordt uitgelegd met een fles en vier in elkaar overlopende bakjes. In de fles zit het betaalbaar inkomen. Hoe meer betaalbaar inkomen iemand heeft, hoe voller de fles zit. De  vier bakjes staan voor het belastingschijventarief. Ieder bakje staat voor één van de schijven.

Het primaire inkomen wordt in het eerste bakje gegoten. Zodra dat bakje vol is, stroomt de rest van het inkomen in het tweede bakje. Is het tweede bakje ook vol, dan stroomt de rest van het inkomen in het derde bakje. Is ook het derde bakje vol, dan stroomt de rest van het inkomen in het vierde bakje. Het vierde bakje kan echter nooit vol raken!

Het te betalen bedrag aan belasting

Voor de berekening van de te betalen belasting wordt de inhoud van de fles, wat staat voor het belastbare inkomen, uitgegoten. Is de fles leeg, dan wordt per bakje bekeken hoeveel er is ingestroomd. Per bakje wordt berekend hoeveel belasting er betaald moet worden. De totale belastingheffing wordt berekend door de belastingbedragen van alle bakjes bij elkaar op te tellen.

Voorbeeld 1: een belastbaar inkomen van € 15.000

Schijventarief_15000

Als het belastbaar inkomen van € 15.000 uitgegoten wordt, wordt alleen het eerste bakje gedeeltelijk gevuld is. Deze belastingbetaler betaalt dus alleen belasting over het belastbaar inkomen in het eerste bakje, dus in de eerste schijf.

Belastbaar inkomen € 15.000 Percentage Berekening per schijf Te betalen
Schijf 1 gevuld met € 15.000 36,25% 0,3625 x € 15.000 = € 5.437,50
Schijf 2 gevuld met € 0 42% 0,42 x € 0 = € 0
Schijf 3 gevuld met € 0 42% 0,42 x € 0 = € 0
Schijf 4 gevuld met € 0 52% 0,52 x € 0 = € 0
Totaal € 15.000      € 5.437
Belastingdruk is 5.437 / 15.000 x 100% = 36,2%

Voorbeeld 2: een belastbaar inkomen van € 30.000

Schijventarief_30000

Als het belastbaar inkomen van € 30.000 in de bakjes gegoten wordt, kan men zien dat het eerste bakje helemaal gevuld is plus een deel van het tweede bakje. Deze belastingbetaler betaalt dus belasting in de eerste schijf en in de tweede schijf.

Belastbaar inkomen € 30.000 Percentage Berekening per schijf Te betalen
Schijf 1 gevuld met € 19.645 36,25% 0,3625 x € 19.645 = € 7.121,31
Schijf 2 gevuld met € 10.355 42% 0,42 x € 10.355 = € 4.349,10
Schijf 3 gevuld met € 0 42% 0,42 x € 0 = € 0
Schijf 4 gevuld met € 0 52% 0,52 x € 0 = € 0
Totaal € 30.000 € 11.470
Belastingdruk is 11.470 / 30.000 x 100% = 38,2%

Voorbeeld 3: een belastbaar inkomen van € 43.000

Schijventarief_43000

Als het belastbaar inkomen van € 43.000 in de bakjes gegoten wordt kan men zien dat het eerste bakje en het tweede bakje helemaal gevuld zijn plus een deel van het derde bakje. Deze belastingbetaler betaalt dus belasting in schijf 1 plus schijf 2 plus schijf 3.

Belastbaar inkomen € 43.000 Percentage Berekening per schijf Te betalen
Schijf 1 gevuld met € 19.645 36,25% 0,3625 x € 19.645 = € 7.121,31
Schijf 2 gevuld met € 13.718 42% 0,42 x € 13.718 = € 5.761,56
Schijf 3 gevuld met € 9.637 42% 0,42 x € 9.637 = € 4.047,54
Schijf 4 gevuld met € 0 52% 0,52 x € 0 = € 0
Totaal € 43.000 € 16.930
Belastingdruk is 16.930 / 43.000 x 100% = 39,4%

Voorbeeld 4: een belastbaar inkomen van € 70.000

Schijventarief_70000

Als het belastbaar inkomen van € 70.000 in de bakjes gegoten wordt kan men zien dat het eerste bakje, het tweede bakje en het derde bakje helemaal gevuld zijn plus een deel van het vierde bakje. Deze belastingbetaler betaalt dus belasting in schijf 1 plus schijf 2 plus schijf 3 plus schijf 4.

Belastbaar inkomen € 70.000 Percentage Berekening per schijf Te betalen
Schijf 1 gevuld met € 19.645 36,25% 0,36,25 x € 19.645 = € 7.121,31
Schijf 2 gevuld met € 13.718 42% 0,42 x € 13.718 = € 5.761,56
Schijf 3 gevuld met € 23.168 42% 0,42 x € 23.168 = € 9.730,56
Schijf 4 gevuld met € 13.469 52% 0,52 x € 13.469 = € 7.003,88
Totaal € 70.000 € 29.617
Belastingdruk is 29.617 / 70.000 x 100% = 42,3%

Belastingdruk

Aan de percentages belastingdruk kan men afleiden dat Nederland een progressief belastingstelsel heeft: hoe hoger het primaire inkomen, hoe hoger het belastingpercentage. Hierdoor komen de inkomens dichter bij elkaar te liggen wat nivelleren genoemd wordt. Nivelleren = verschillend verkleinend.

Het percentage van het primaire inkomen dat betaald wordt aan belasting en premies is de gemiddelde belastingdruk, ook wel het gemiddelde belastingtarief:

belastingdruk = inkomensheffing / primair inkomen x 100%

Marginaal belastingtarief

Het marginale belastingtarief is het percentage belasting dat je betaalt over je laatst verdiende euro.

Ω

Bewaren