Koopkracht

Koopkracht is een belangrijk kengetal in de economie. Het bepaalt namelijk hoeveel iemand aan goederen en diensten kan kopen van zijn loon of salaris.

Dat het zo’n belangrijk kengetal is blijkt wel uit de commotie die het nieuwe kabinet Rutte II veroorzaakte met haar nieuwe bezuinigingsplannen in november 2012. In alle krantenartikelen en journaals was “koopkracht” het meest gebruikte woord. En dan voornamelijk in de context hoeveel de gezinnen er door de bezuinigingen op achteruit zouden gaan.

Bij gelijkblijvend inkomen en stijgende prijzen daalt de koopkracht. Om de koopkracht te kunnen berekenen moet dus niet alleen rekening gehouden worden met de verandering van het inkomen, maar ook met de inflatie.

Koopkracht, ook wel reëel loon genoemd, kan berekend worden met de formule:

RIC = (NIC / PIC) x 100

RIC = Reële IndexCijfer

NIC = Nominaal IndexCijfer

PIC = PrijsIndexCijfer, inflatie

Voorbeeld

Het salaris van Joris Driepinter was in 2011 € 2750

Het salaris van Joris is in 2012 gestegen met € 280

De inflatie is 1,95%

Hoeveel is het reële loon van Joris gestegen?

Oplossing

Het Nominale indexcijfer NIC = (€ 280 + € 2750) / € 2750 x 100 = 110,18182

De inflatie is 1,95%, dus de PIC = 100 + 1,95 = 101,95

Het reële indexcijfer RIC = 110,18182 / 101,95 x 100 = 108,07437. Dat betekent dat het reële loon van Joris met 8,07% is gestegen. We noemen dit het loon gecorrigeerd voor de inflatie.

Ω

Print Friendly, PDF & Email