Kopen en werken hoofdstuk 6

Het koeriersbedrijf van Ewout

Ewout wil een eigen zaak beginnen: een koeriersbedrijf. Hij heeft een ondernemingsplan gemaakt en gaat daarmee naar de bank voor een lening. Die wil hem het geld lenen op voorwaarde dat zijn vader borg staat: vader moet de lening dan terugbetalen als Ewout in betalingsproblemen komt of failliet gaat.

De balans

Ewout heeft van alles nodig om zijn bedrijf te kunnen uitoefenen: een transportauto, een motor, de inrichting van zijn loods enzovoort. En hij heeft geld nodig om dat te kunnen betalen: zijn eigen geld, een lening van de bank enzovoort. Dat allemaal komt op een balans te staan.

Een balans laat zien hoe een bedrijf aan zijn vermogen komt en wat het bedrijf met dat vermogen gedaan heeft.

Balans koeriersbedrijf Ewout op 1-7-2012
 Debet  Credit
 bezittingen vermogen
 transportauto € 18.000  eigen vermogen € 15.000
 motor € 12.000  4%-lening vader € 15.000
 inventaris € 6.000  9%-lening bank € 20.000
 communicatiemiddelen € 9.000
 kas € 5.000
 TOTAAL € 50.000  TOTAAL € 50.000

Aan de rechterkant van de balans, de creditzijde, staat de vermogensverkrijging = het vermogen. Aan de linkerkant van de balans, de debetzijde, staat de vermogensbesteding = de bezittingen.

Toelichting op de balans:

  • inventaris = de aankleding van zijn loods zoals vloerbedekking, gordijnen, een kapstok, kantoormeubelen, verlichting enzovoort
  • eigen vermogen = het geld dat Ewout zelf in zijn bedrijf heeft gestoken
  • 4%-lening = een lening waarover Ewout 4% rente moet betalen
  • 9%-lening = een lening waarover Ewout 9% rente moet betalen
  • alle vermogen min het eigen vermogen is betaald door anderen; dat noemen we vreemd vermogen

Let op: een balans moet altijd in evenwicht zijn. Het eigen vermogen zorgt voor het evenwicht, ervan uitgaand dat de bezittingen meer zijn dan het vreemde vermogen.

Een balans is altijd een momentopname. Het geeft een overzicht van de bezittingen en het vermogen op een bepaald moment. De posten op een balans heten daarom voorraadgrootheden.

De mutatiebalans

Als er op de balans wat verandert, moet deze worden aangepast. Maar het kost veel overschrijfwerk als er maar 2 posten veranderen. Daarom wordt gebruikt gemaakt van een mutatiebalans. Op een mutatiebalans worden alleen de balansposten gezet die veranderen en met welk bedrag + of -. Ook een mutatiebalans moet in evenwicht zijn.

Voorbeeld

Ewout koopt op 1 mei 2015 een TomTom van € 150 en betaalt hem contant. De balansposten die veranderen zijn “communicatiemiddelen” en “kas”. De mutatiebalans die bij deze aankoop hoort ziet er als volgt uit:

Mutatiebalans 1 mei 2015
Debet Credit
Communicatiemiddelen + € 150
Kas – € 150
€ 0 Totaal € 0

Aan de debetzijde “verschuift” er alleen een bedrag van de ene naar de andere balanspost, aan de creditzijde verandert niets want het EV en de schulden blijven gelijk.

Winsten en kosten

Zodra Ewout winst maakt of kosten moet betalen verandert zijn EV.

Winst vergroot het EV. Als Ewout winst maakt veranderen namelijk zijn bezittingen en zijn schulden niet. Winst is dus voor de eigenaar van een bedrijf en daarom wordt het EV groter.

Kosten verkleinen het EV. Als Ewout kosten moet betalen veranderen zijn bezittingen en schulden ook niet. Kosten zijn voor de eigenaar van een bedrijf en daarom wordt het EV kleiner.

Voorbeeld 1

Ewout maakt op 11 mei 2015 een rit voor een nieuwe klant. De rit kost de klant € 175 en het kost Ewout € 35 aan benzine. Alles wordt contant betaald.

Mutatiebalans 11 mei 2015
Debet Credit
Kas + € 140 Eigen Vermogen + € 140
Totaal + € 140 Totaal + € 140

Voorbeeld 2

Ewout heeft tijdens de rit op 11 mei 2015 een bekeuring gekregen voor te hard rijden. Dat kost hem € 60 en die betaalt hij via zijn bankrekening.

Mutatiebalans 11 mei 2015
Debet Credit
Bank – € 60 Eigen Vermogen – € 60
Totaal – € 60 Totaal – € 60

Debiteuren en crediteuren

In de praktijk zijn er maar weinig bedrijven die alles meteen betalen. Voor vrijwel alle transacties die gedaan worden, sturen bedrijven een rekening. Dat geldt voor klanten van een bedrijf die wat gekocht hebben en dus later betalen, maar ook voor leveranciers die aan een bedrijf wat geleverd hebben en ook pas later hun geld krijgen.

Een bedrijf heeft dan te maken met toekomstige vorderingen van klanten en toekomstige verplichtingen aan leveranciers. Die vorderingen en verplichtingen worden als aparte posten op de balans gezet.

Debiteuren is de balanspost die gebruikt wordt voor de toekomstige vorderingen: het is een toekomstig bezit. Deze balanspost staat uiteraard op de debetzijde van de balans.

Crediteuren is de balanspost die gebruikt wordt voor de toekomstige verplichtingen: het is een schuld die nog betaald moet worden. Deze balanspost staat uiteraard op de creditzijde van de balans.

De resultatenrekening

De verandering van het EV kan ook weergegeven worden door te kijken naar de opbrengsten en kosten in een bepaalde periode. Dan doen we met de resultatenrekening. Op de resultatenrekening staan stroomgrootheden: grootheden die over een bepaalde periode gemeten wordt. Vergelijk het maar met een film, in tegenstelling tot de balans die vergeleken kan worden met een foto.

Op de resultatenrekening komen dus alleen transacties te staan die het eigen vermogen veranderen. Ook de resultatenrekening moet in evenwicht zijn. Dat gebeurt door het opnemen van de winst of het verlies in een bepaalde periode. Hierna staat een voorbeeld van de resultatenrekening van Ewout over de maand juli 2015.

Resultatenrekening juli 2015
Kosten Opbrengsten
benzine € 400 omzet € 3.000
verkeersboete € 60
rente € 200
huur loods € 100
saldo winst € 2.240
TOTAAL € 3.000 TOTAAL € 3.000

Op de resultatenrekening staan de opbrengsten aan de creditkant en de kosten aan de debetkant. De tellingen worden gelijk gemaakt door het opnemen van een saldo winst aan de debetkant als de opbrengsten groter zijn dan de kosten. Zijn de kosten groter dan de opbrengsten dan wordt aan de creditkant het saldo verlies opgenomen.

Is een een saldo winst dan wordt het EV groter, is er een saldo verlies dan wordt het EV kleiner.

Handelsonderneming of productieonderneming

Een handelsonderneming is een bedrijf dat goederen in het groot inkoopt en deze goederen zonder verdere bewerking per stuk verkoopt. Een handelsonderneming heeft dus te maken met de inkoopwaarde van de goederen. Hun nettowinst is de omzet min de inkoopwaarde min de bedrijfskosten.

Een handelsonderneming zet een winstopslag op de inkoopprijs. Deze moet voldoende zijn voor het terugverdienen van de bedrijfskosten en de winst.

Een productieonderneming maakt de goederen zelf die ze verkoopt. Een productieonderneming heeft dus niet te maken met de inkoopwaarde van goederen. Hun nettowinst is de omzet min alle kosten. Die kosten worden productiekosten genoemd.

Een productieonderneming zet een winstopslag op de productiekosten. Ook deze winstopslag moet voldoende zijn voor het terugverdienen van de productiekosten en de winst.

De kosten

Kosten kunnen gedefinieerd worden als alle geldelijke offers die noodzakelijk zijn om een bedrijf te runnen.

Voor Ewout zijn de meeste kosten duidelijk: benzine, huur, rente, boetes enzovoort. Maar Ewout moet ook rekening houden met de waardevermindering van zijn auto, motor en communicatiemiddelen.

De afschrijvingen

Duurzame productiemiddelen worden minder waard naarmate ze vaker gebruikt zijn. Voor een transportauto die € 18.000 heeft gekost, krijg je na een aantal jaar bij inruil niets of slechts een fractie terug. De waarde van de transportauto is dus verminderd en dat zijn kosten voor Ewout. Datzelfde geldt ook voor de motor en de communicatiemiddelen. Die dalen ook in waarde gedurende de tijd. Die waardedalingen moeten ook terugverdiend worden.

Het doorberekenen van de waardedaling wordt afschrijven genoemd. Als Ewout steeds het bedrag aan afschrijvingen in een potje stopt, heeft hij later genoeg geld om een nieuwe transportauto, motor of communicatiemiddelen te kunnen kopen.

Voorbeeld

Ewouts transportauto van € 18.000 gaat vijf jaar mee en is daarna nog € 1.500 waard. Hij moet dus € 18.000 – € 1.500 = € 16.500 aan waardevermindering meenemen in zijn kosten. Per maand moet hij dan ook € 16.500 / 60 maanden = € 275 aan kosten op zijn resultatenrekening opnemen. Door deze kosten mee te nemen betalen de klanten aan wie Ewout zijn diensten verleend mee aan de waardevermindering.

De kostprijs

De kostprijs van een product of dienst is de prijs die het product het bedrijf kost om te maken. Het zijn dus alle kosten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal producten gemaakt of diensten geleverd.

Voorbeeld

Ewout heeft voor heel 2015 bijgehouden hoeveel kosten hij had en hoeveel kilometers hij voor klanten gereden heeft. Zijn kosten waren € 30.000 en hij heeft 40.000 kilometers voor klanten gereden.

De kostprijs per kilometer is: € 30.000 / 40.000 kilometer = € 0,75 per kilometer.

De verkoopprijs

Ewout wil uiteraard ook winst maken. Daarom moet hij een bedrag bovenop zijn kostprijs zetten: de winstopslag. Meestal is de winstopslag een percentage van de kostprijs. Die winstopslag mag hij zelf bepalen, maar hij moet goed in de gaten houden dat hij niet te duur wordt ten opzichte van andere koeriers.

Ewout besluit om een winstopslag van 80% te hanteren. Zijn verkoopprijs per kilometer wordt dan: 1,8 x € 0,75 = € 1,35.

Privéopname en privéstorting

Als Ewout een bedrag uit zijn kas haalt voor privédoeleinden dan heet dat een privéopname. Het tegenovergestelde kan ook gebeuren: hij stort zelf geld op zijn bankrekening. Dat heet een privéstorting.

Privéopnames en -stortingen zijn geen kosten. Ze hebben namelijk geen invloed op de winst of het verlies van een bedrijf, maar wel op het eigen vermogen.

BTW (belasting over de toegevoegde waarde)

Consumenten moeten over hun (nagenoeg alle) aankopen een belasting betalen: de btw, belasting over de toegevoegde waarde.

Nederland kent drie btw-tarieven: 0%, 6% en 21% btw. Een paar producten/diensten zijn btw-vrij: zo hoeft over huur en medische zorg geen btw betaald te worden. Onder het lage tarief van 6% vallen: eerste levensbehoeften, boeken, kappers en fietsreparaties. De rest valt onder het hoge tarief van 21% btw.

Btw is voor een ondernemer geen opbrengst en ook geen kostenpost. Alle ondernemers moeten de btw van hun klanten innen en afdragen aan de belastingdienst. Een ondernemer is dus een verlengstuk van de belastingdienst. Maar hij moet zelf ook btw betalen over zijn inkopen. Die btw krijgt hij echter terug van de belastingdienst, tenminste als de inkopen niet voor privégebruik zijn.

De verrekening gebeurt iedere drie maanden. De af te dragen btw is: ontvangen btw van klanten min betaalde btw aan leveranciers.

Voorbeeld

Ewout heeft € 500 ontvangen aan btw van zijn klanten en hij heeft € 150 aan btw moeten betalen aan zijn leveranciers. Hij rekent af met de belastingdienst: € 500 ontvangen min € 150 betaald = € 350 te betalen.

Btw en ondernemingen

Belangrijk voor ondernemingen is dus kunnen rekenen inclusief (met) en exclusief (zonder) btw.

Voorbeeld

Ewout heeft een ritje van 200 kilometer voor een klant gemaakt. Per kilometer rekent hij €1,35 exclusief 21% btw. De benzinekosten voor die rit waren € 54 inclusief 21% btw. Ewout moet voor deze rit de te verrekenen btw bepalen.

Af te dragen btw:

  • Hij ontvangt aan btw: 200 kilometer x € 1,35 x 21% = 200 x € 0,2835 = € 56,70
  • Hij heeft aan btw betaald: € 54 / 121 x 21 = € 9,37
  • Te betalen aan de belastingdienst voor deze rit: € 56,70 – € 9,37 = € 47,33

Ω