Kruislingse prijselasticiteit

Behalve dat de prijs van een goed een effect heeft op de vraag naar dat goed, zijn er ook andere effecten mogelijk. De prijs van goed A kan namelijk ook een effect hebben op de vraag naar goed B. Zo kan de prijs van witbrood een effect hebben op de vraag naar bruinbrood, of de prijs van inktcartridges op de vraag naar printers.

De mate van het effect is afhankelijk van de relatie tussen de onderzochte producten. Als de producten elkaar kunnen vervangen (substitueerbaar zijn) geeft dat een andere reactie dan wanneer ze niet zonder elkaar kunnen (complementair zijn).

Als producten substitueerbaar zijn dan is het effect positief: stijgt de prijs van witbrood (↑), dan zal de vraag naar bruinbrood stijgen (↑). Consumenten kopen dan eerder bruinbrood dan witbrood.

Zijn producten complementair dan is het effect negatief: stijgt de prijs van inktcartridges (↑), dan zal de vraag naar printers dalen (↓). Als de prijs van inktcartridges stijgt, kopen mensen minder snel een printer.

Dit effect wordt de kruislingse prijselasticiteit genoemd en wordt op soortgelijke manier berekend als de “gewone” prijselasticiteit:

  • Bij complementaire goederen is de Ek negatief: P1 ↑, Q2 ↓
  • Bij substituutgoederen is de Ek positief: P1 ↑, Q2 ↑
  • Is Ek = 0 dan bestaat er geen relatie tussen de twee goederen: P1 ↑, Q2 =

Ω