Marktvorm Volkomen concurrentie

Kenmerken volkomen concurrentie

Een markt van volkomen concurrentie of volledige mededinging kenmerkt zich door:

  • Een groot aantal aanbieders: iedere individuele producent is klein en heeft geen invloed op de prijs.
  • Een homogeen product: voor de consument zijn alle exemplaren van het product identiek.
  • Een transparante (doorzichtige) markt: vragers naar en aanbieders van het product zijn op de hoogte van het totale aanbod. Op een transparante markt is slechts één prijs mogelijk, namelijk de laagste.
  • Vrije toe- en uittreding: er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden of eruit te stappen.
  • Voorbeelden zijn: veilingen, de valutamarkt
Hoeveelheidsaanpasser

De individuele aanbieder heeft geen invloed op de prijs. De prijs is voor de individuele aanbieder een gegeven. Omdat hij streeft naar maximale winst, zal hij net zoveel producten aanbieden dat zijn winst maximaal is. Hij past dus zijn hoeveelheid aan. Daarom heet een aanbieder op een markt van volkomen concurrentie een hoeveelheidsaanpasser.

Optimale allocatie van productiefactoren.

Het vrije spel van vraag en aanbod wordt ook wel het marktmechanisme of prijsmechanisme genoemd. Als de vraag naar een product toeneemt, stijgt de prijs en krijgen aanbieders de prikkel om meer te gaan produceren, zodat in de extra vraag wordt voorzien. Omgekeerd zullen aanbieders bij een afnemende vraag en dalende prijzen minder aanbieden omdat de productie minder winstgevend is. Door het prijsmechanisme worden de productiefactoren (arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap) zo ingezet dat zij het beste in de behoeften voorzien. Dit heet optimale allocatie van productiefactoren.

Werking van volkomen concurrentie

Op een markt waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten, komt een evenwichtsprijs tot stand.

Voor de individuele aanbieders is deze marktprijs een gegeven. Een bedrijf kan daarom zijn winst alleen maximaliseren door zijn productieomvang aan te passen.

Figuur 1. Oorspronkelijke situatie

VolkomenConcurrentie_positie_0

De bedrijven produceren allemaal op gelijke wijze. Ze maken allemaal dezelfde hoeveelheid en dus ook dezelfde winst. Maar winsten trekken nieuwe bedrijven aan. Het aanbod stijgt, de marktprijs daalt en alle individuele aanbieders passen hun productie aan. De winsten worden kleiner.

Figuur 2. Toetredende bedrijven zorgen voor kleinere winsten

VolkomenConcurrentie_positie_1

Zolang er op deze markt winst gemaakt wordt, treden nieuwe bedrijven toe totdat de marktprijs gedaald is tot het niveau dat er geen economische winst gemaakt wordt.

Figuur 3. Het aantal bedrijven op deze markt is maximaal

VolkomenConcurrentie_positie_2

Daalt de prijs nog verder, dan maken de bedrijven verlies. Er treden bedrijven uit en de prijs stabiliseert zich op het niveau dat er geen economische winst gemaakt wordt.

Maximale totale winst

Marginale kosten (MK) zijn de kosten van een extra geproduceerde eenheid. De marginale opbrengst (MO) is de opbrengst van een extra geproduceerde en verkochte eenheid. Zolang de MO groter is dan de MK, stijgt de winst.

Constante en variabele kosten

Constante kosten zijn kosten die niet veranderen bij een toe- of afname van de productie.

Variabele kosten zijn kosten die wel veranderen bij een toe- of afname van de productie.

Bij proportioneel variabele kosten zijn de marginale kosten gelijk aan de gemiddeld variabele kosten. Bij degressief variabele kosten dalen de gemiddeld variabele kosten bij toename van de productie (kortingen) en bij progressief variabele kosten stijgen de gemiddeld variabele kosten bij een toename van de productie (overwerk, extra uitval).

Ω

Print Friendly, PDF & Email