Rekenen met procenten

Rekenvaardigheden

Procent komt uit het Latijn. In het Latijn is “cent” de benaming voor 100.  Wij gebruiken het woord cent nog steeds; er gaan namelijk 100 eurocenten in 1 euro.

Het teken voor procent is %. 1% het 1/100 deel van iets is. In de economie (en wiskunde) worden procenten erg vaak gevraagd in opgaven en het is dus belangrijk om hiermee goed te kunnen rekenen.

Het percentage berekenen van een bedrag of getal

Het percentage van een bedrag of getal uitrekenen doe je via 1% volgens de volgende methode.

Methode om het percentage van een bedrag of getal uit te rekenen

  • Stap 1 Je deelt het bedrag of getal door 100. Je hebt dan 1% uitgerekend.
  • Stap 2 Deze uitkomst vermenigvuldig je met het opgegeven percentage. De uitkomst na de vermenigvuldiging is het opgegeven percentage.

In formulevorm:

Voorbeeld 1

Jouw leraar zegt dat op maandagmorgen 8% van de leerlingen van jouw school ziek is. Jouw school heeft 300 leerlingen. Hoeveel kinderen van de school zijn er dan ziek?

Uitwerking

Stap 1 Deel 300 door 100: 300 / 100 = 1% = 3.

Stap 2 Vermenigvuldig de uitkomst van stap 1 met het opgegeven percentage: 3 x 8 = 24.

Uitkomst: Er zijn dus 24 leerlingen ziek op maandagmorgen.

Voorbeeld 2

Gevraagd: Bereken 37% van 250.

Uitwerking

Stap 1 Deel 250 door 100: 250 / 100 = 1% = 2,5.

Stap 2 Vermenigvuldig de uitkomst van stap 1 met het opgegeven percentage: 2,5 x 37 = 92,5.

Uitkomst: 92,5 is dus 37% van 250.

BTW berekeningen

Berekenen van de btw als de verkoopprijs bekend is

Het berekenen van de btw als de verkoopprijs (= de prijs voor de winkelier) bekend is gaat met dezelfde stappen als hierboven beschreven.

Voorbeeld 3

Een winkelier verkoop spijkerbroeken met een verkoopprijs van € 60. De overheid wil over dat bedrag nog 21% btw ontvangen (hierdoor wordt de spijkerbroek voor de klant dus duurder).

Gevraagd: Bereken de btw die de overheid wil ontvangen voor deze spijkerbroek.

Uitwerking

Stap 1 Deel € 60 door 100: € 60 / 100 = 1% = € 0,60.

Stap 2 Vermenigvuldig de uitkomst van stap 1 met het opgegeven percentage: € 0,60 x 21 = € 12,60.

Uitkomst: € 12,60 is dus het btw-bedrag dat de overheid wil ontvangen van de verkoop van de spijkerbroek.

Consumentenprijs berekenen

De consumentenprijs is de prijs die een klant moet betalen voor een product. Het is de optelling van de verkoopprijs (die de winkelier wil hebben) plus de btw dat de overheid wil hebben.

Voorbeeld 4

Nemen we het vorige voorbeeld er even bij. De winkelier wil de spijkerbroek verkopen voor € 60 en de overheid wil 21% btw hebben. Het btw-bedrag hebben we toen al berekend: € 12,60.

Uitkomst: De klant moet dus betalen: verkoopprijs winkelier € 60 + 21% btw overheid € 12,60 = € 72,60.

BTW terugrekenen

Het kan ook voorkomen dat de consumentenprijs en het btw-percentage bekend zijn. Met deze gegevens kunnen de verkoopprijs en het btw-bedrag uitgerekend worden.

Ook bij deze berekeningen gaan we via 1% maar dan moet je wel goed opletten: in het bekende bedrag zit al btw dus dat bedrag is mer dan 100%!

In formulevorm: