Reëel inkomen

Het zegt niet zoveel hoeveel geld iemand in euro’s heeft, veel belangrijker is wat hij ervoor kan kopen. Het inkomen in goederen noemt men de koopkracht ofwel het reëel inkomen.

Om het reëel inkomen te weten te komen moet het inkomen in euro’s – het nominale inkomen – gecorrigeerd worden met de inflatie. Er wordt bij deze berekening gebruik gemaakt van indexcijfers:

  • RIC = reëel index cijfer
  • NIC = nominaal index cijfer
  • PIC = prijs index cijfer

Als NIC en PIC berekend zijn kunnen ze in de volgende formule ingevuld worden. Hieruit volgt dan de RIC.

formule ric-1

Deze formule wordt ook vaak als volgt geschreven: formule ric-2

Het RIC laat zien hoeveel het reëel inkomen, de koopkracht, is veranderd.

Rekenen met de formule

De formule kan op de volgend manieren gebruikt worden:

  • RIC = NIC ⁄ PIC × 100
  • NIC = (RIC × PIC) ⁄ 100
  • PIC = NIC ⁄ RIC × 100

Denk hierbij ook aan: 6_gedeeld_door_3_is_2

Voorbeeld 1

Het inkomen van Joost stijgt in 2014 met 5% ten opzichte van 2013. De prijzen stijgen in 2014 met 2,75%. Bereken op twee decimalen met hoeveel procent de koopkracht van Joost veranderd is.

Het indexcijfer van het nominaal inkomen is 105, het prijsindexcijfer is 102,75. Ingevuld in de formule: RIC = (105 / 102,75) x 100 = 102,19. De koopkracht van Joost is dus met 2,19% gestegen, want een indexcijfer van 102,19 betekent een stijging van 2,19%.

Voorbeeld 2

In 2014 is de verwachting dat de inflatie 2,9% zal bedragen. Met hoeveel procent moet iemands nominale inkomen stijgen als hij er 3,75% in koopkracht op vooruit wil gaan?

De vraag luidt geherformuleerd: als RIC 103,75 is en PIC is 102,9, hoeveel is dan NIC.

Ingevuld in de formule: 103,75 = (NIC / 102,9) x 100; 103,75 / 100 = NIC / 102,9; NIC = (103,75 / 100) x 102,9  = 106,76. Zijn nominale inkomen moet dus met 6,76% stijgen.

Ω

Print Friendly, PDF & Email