Ruilvoet

De ruilvoet is de verhouding tussen de prijzen van export- en importproducten.Want om goederen te kunnen importeren, moet een land eerst geld verdienen in het buitenland: ze moeten eerst exporteren om zodoende geld te kunnen verdienen om de import te kunnen betalen.

De ruilvoet geeft aan hoeveel goederen een land moet exporteren om een bepaalde hoeveelheid goederen te kunnen importeren.

Met de ruilvoet wordt duidelijk gemaakt voor welk land de ruil gunstiger geworden is. Is de ruilvoer > 100 dan is het uitvoerende land gunstiger uit, is de ruilvoet < 100 dan is het uitvoerende land ongunstiger uit.

Voorbeeld

Een ontwikkelingsland exporteert kokosnoten naar de EU. De prijs van een kokosnoot is € 0,25. Het ontwikkelingsland wil een waterpomp kopen in de EU. De prijs van die pomp is € 2500. Het kost het ontwikkelingsland dus 10.000 kokosnoten om de waterpomp te kunnen kopen want € 2.500 / € 0,25 = 10.000.

Het land ruilt dus 10.000 kokosnoten voor 1 waterpomp.

Situatie 1

Een tijd later wil het ontwikkelingsland nog een waterpomp kopen. De pomp kost nu € 2.600 terwijl de prijs van een kokosnoot gestegen is naar € 0,30 per stuk. De waterpomp kost nu € 2.600 / € 0,30 = 8667 kokosnoten

Berekening ruilvoet in situatie 1 m.b.v. de formule

Hiervoor moeten de prijsveranderingen omgezet worden in indexcijfers.

De procentuele verandering van de prijs van de waterpomp (invoer) is: (2600 – 2500) / 2500 x 100% = + 4%; indexcijfer 4 + 100 = 104.

De procentuele verandering van de prijs van de kokosnoot (uitvoer) is: (0,30 – 0, 25) / 0,25 x 100% = + 20%; indexcijfer 20 + 100 = 120.

Deze indexcijfers vullen we in de formule in: 120 / 104 x 100 = 115,4.

Het indexcijfer > 100: het uitvoerende land is gunstiger uit. Het kost minder kokosnoten om de waterpomp te kunnen kopen.

Situatie 2

Een tijd later wil het ontwikkelingsland nog een waterpomp kopen. De pomp kost nog steeds € 2.500 terwijl de prijs van een kokosnoot gedaald is naar € 0,22 per stuk. De waterpomp kost nu € 2.500 / € 0,20 = 12500 kokosnoten.

Berekening ruilvoet in situatie 2 m.b.v. de formule

Hiervoor moeten de prijsveranderingen omgezet worden in indexcijfers.

De prijs van de waterpomp is gelijk gebleven; de procentuele verandering van de prijs van de waterpomp (invoer) is dus 0%: indexcijfer 0 + 100 = 100.

De procentuele verandering van de prijs van de kokosnoot (uitvoer) is: (0,20 – 0, 25) / 0,25 x 100% = – 20%; indexcijfer – 20 + 100 = 80.

Deze indexcijfers vullen we in de formule in: 80 / 100 x 100 = 80,0.

Het indexcijfer < 100: het uitvoerende land is ongunstiger uit. Het kost meer kokosnoten om de waterpomp te kunnen kopen.

Ω