EcKringloop

Verkeersvergelijking van Fisher & inflatie

In dit artikel wordt door middel van een eenvoudig voorbeeld uitgelegd hoe de economische kringloop (gesloten, zonder overheid en buitenland) werkt, wat de verkeersvergelijking van Fisher betekent en hoe inflatie tot stand komt in dit systeem.

De economische kringloop

Ergens op de wereld is een klein eilandje. Op dat eiland wonen en werken 100 gezinnen op een zeer eenvoudige manier. Op het eiland zijn maar 5 bedrijven: een bakkerij, een slagerij, een landbouwbedrijf, een visbedrijf en een melkveehouderij.

De producenten

De bakkerij verbouwt graan. Van dat graan wordt meel gemaakt en brood gebakken. Het product van de bakkerij zijn dus broodproducten.
De slagerij houdt koeien en varkens. De dieren worden geslacht en tot vlees verwerkt. Het product van de slagerij zijn dus vleesproducten.
Op het landbouwbedrijf worden aardappelen, groenten en fruit geteeld. Het product van het landbouwbedrijf zijn dus landbouwproducten.
Het visbedrijf vist met een boot op zee. De gevangen vissen worden schoongemaakt. Het product van het visbedrijf zijn dus visproducten.
Op de melkveehouderij worden melkkoeien gehouden. Van de melk worden melk, yoghurt en boter gemaakt. Het product van de melkveehouderij zijn dus zuivelproducten.

De producten

Ieder bedrijf maakt van zijn producten precies 100 pakketten per maand. Dit is tevens de maximale productie van ieder bedrijf: er kunnen niet meer dan 100 pakketten gemaakt worden. De prijs per pakket is 1 goudstuk. Met één pakket per productsoort kan ieder gezin precies één maand toekomen.

De werknemers

Van ieder gezin op het eiland werkt één persoon bij één van de bedrijven. In ieder bedrijf werken 1 baas en 19 werknemers. Het loon is voor iedereen 5 goudstukken per maand.

De consumenten

De consumenten kopen per gezin maandelijks één pakket producten bij ieder bedrijf, in totaal dus 5 pakketten.

EcKringloop

De verkeersvergelijking van Fisher

De verkeersvergelijking van Fisher laat zien dat de hoeveelheid geld die in een economie nodig is gelijk is aan de productie vermenigvuldigd met de prijzen van de producten volgens de formule: M x V = P x T.

M = Money, de hoeveelheid giraal en chartaal geld
V = Velocity, de omloopsneldheid van het geld: hoe vaak verwisselt het geld van eigenaar
P = Price, de gemiddelde prijs van de goederen in een economie
T = Tradevolume, het aantal goederen dat in een economie verhandeld wordt

In onze economie betekent dat het volgende.

  • P = 1. De prijs van 1 pakket product is 1 goudstuk.
  • T = 500. Ieder bedrijf produceert 100 pakketten product per maand. Er zijn 5 bedrijven, dus de totale productie per maand is 5 x 100 = 500.
  • V = 1. De goudstukken verwisselen 1x per maand van eigenaar: ieder gezin ontvangt maandelijks loon en het loon worden maandelijks uitgegeven bij de 5 bedrijven.
  • M = 500. Als loon zijn iedere maand 5 goudstukken nodig voor de 95 werknemers en de 5 bazen: in totaal 100 x 5 goudstukken = 500 goudstukken. De 100 gezinnen geven ieder 5 x 1 goudstuk uit voor het kopen van de pakketten producten: in totaal dus 100 x 5 x 1 = 500 goudstukken.

Ingevuld in de verkeersvergelijking: M 500 x V 1 = P 1 x T 500.

Inflatie

Het geval doet zich voor dat op het eiland een voorraad van 500 goudstukken wordt gevonden. Democratisch als de bewoners zijn, verdelen ze de goudstukken gelijk onder elkaar. Ieder gezin heeft nu dus 5 goudstukken extra. Aan de productie verandert niets.

Vullen we de nieuwe hoeveelheid geld in in de verkeersvergelijking van Fisher dan gebeurt het volgende.

  • M = 1000. Iedere maand krijgen de werknemers 5 goudstukken loon = 500 goudstukken. Tel hierbij de vondst van 500 goudstukken bij en het totaal wordt 1000.
  • T = 500. Er worden nog steeds iedere maand 5 x 100 pakketten producten gemaakt.
  • V = 1. Het loon verwisselt nog steeds 1x per maand van eigenaar.

Ingevuld in de verkeersvergelijking: M 1000 x V 1 = P x T 500; 1000 = 500 x P; P = 1000 / 500 = 2.

Na verloop van tijd blijkt dat de pakketten in plaats van 1 goudstuk 2 goudstukken gaan kosten. De prijzen stijgen vanwege de vergroting van de geldhoeveelheid.

Conclusie

Het simpelweg vergroten van de geldhoeveelheid in een economie – vergelijk dit maar met het bijdrukken van geld door overheden – zonder dat de productie stijgt, heeft op den duur een stijging van de prijzen tot gevolg.

Print Friendly, PDF & Email