vraaglijn kroket 01

Vraagfunctie en consumentensurplus

Het verband tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid kan worden weergegeven met een vergelijking, de vraagfunctie. Normaal is het zo dat als de prijs van een goed stijgt, de gevraagde hoeveelheid daalt en andersom. Dit verband is een negatief verband want de verandering van de vraag Qv is tegengesteld aan de verandering van de prijs P. P↑ = Qv ↓ en P↓= Qv↑.

Bij een bepaalde prijs zullen alle vragers die een hogere betalingsbereidheid hebben, het product kopen. Hun gezamenlijke voordeel is het totale consumentensurplus. De vragers die een lagere betalingsbereidheid hebben, kopen het product niet.

De vraagfunctie heeft de volgende vorm:
Qv = −XP + Y        Qv is de gevraagde hoeveelheid; P is de prijs; −X is een getal of breuk; Y is een getal

Het min-teken geeft het negatieve verband weer, dus een hogere P geeft een lagere Qv en omgekeerd: een lagere P geeft een hogere Qv.

Voorbeeld vraaglijn en consumentensurplus

De vraag naar kroketten in een snackbar kan weergegeven worden met de volgende vraagfunctie:
Qv = −3P + 18        Qv is de gevraagde hoeveelheid in stuks    P is de prijs in €
Deze vraagfunctie moet in een grafiek worden getekend. Deze grafiek bestaat uit een as waarop de P staat (verticaal) en een as waarop de Qv staat (horizontaal).

Tekenen van de vraaglijn in een grafiek

  • Eerst bepaal je de uiterste punten, dus waar raakt de vraaglijn de P-as en waar raakt hij de Q-as.
  • Raken van de P-as. Je moet een P berekenen waarbij er geen kroketten gevraagd worden, dus wanneer de Qv = 0. De vraagfunctie wordt dan: 0 =  −3P + 18, 3P = 18, P = 18 ÷ 3 = 6. Dus bij een P van € 6 worden er geen kroketten gevraagd.
  • Raken van de Q-as. Je moet een Qv berekenen als er niets gevraagd wordt voor een kroket, dus wanneer de P = 0. De vraagfunctie wordt dan Qv = −3×0 + 18, Qv = 0 + 18 = 18. Dus bij een P van € 0 worden er 18 kroketten gevraagd.
  • Omdat de vraagfunctie liniair is – een rechte lijn dus – zijn 2 punten voldoende om de lijn te tekenen.

vraaglijn kroket 01

Berekenen van de gevraagde hoeveelheid Qv

De snackbareigenaar vraag voor een kroket € 2,00. De P is dus 2. Als je deze prijs invult in de vraagfunctie kun je daarmee de Qv uitrekenen.
Qv = −3P + 18, Qv = −3 x 2 + 18, Qv = −6 + 18 = 12

Tekenen van het consumentensurplus in de grafiek

Het consumentensurplus is het totale voordeel van alle consumenten die bereid waren een hogere prijs te betalen dan nodig is; hieronder weergegeven door de grijze driehoek.

consumentensurplus

 Berekenen van het consumentensurplus

Het consumentensurplus kan ook berekend worden.

consumentensurplus compleet

Dat doe je met de formule voor het berekenen van een driehoek: (basis x hoogte) ÷ 2. De basis loopt van 0 tot 12 = 12, de hoogte loopt van € 2 tot € 6 = € 4. Het totale consumentensurplus is dus: (12 x € 4) ÷ 2 = € 48 ÷ 2 = € 24.

Ω

Print Friendly, PDF & Email