Een welvaartsvast pensioen over 40 jaar?

Ons pensioenstelsel moet grondig hervormd. Hoewel ooit met de beste bedoelingen ontworpen, heeft ons stelsel altijd op drijfzand gestaan. De demografische en financiële ontwikkelingen in de tweede helft van de vorige eeuw hielpen dit eerst nog enigszins te verbloemen. Vervolgens probeerden de sociale partners het bouwwerk met lapmiddelen te redden, maar het zakte desondanks gestaag weg. Eindloon werd middelloon, prepensioenregelingen werden afgeschaft, nabestaandenpensioenen werd versoberd, pensioen was niet langer waardevast en, als klap op de vuurpijl, maakten meer dan honderd fondsen afgelopen weken bekend dat er gekort moesten worden met percentages tot wel 21 procent.

Poldermodder

Begin 2010 stelde een commissie, ingesteld door de overheid, onder leiding van Professor Goudswaard vast dat het pensioenstelsel in huidige vorm niet houdbaar was. Eindelijk leek het dat de sociale partners de problemen niet meer zouden kunnen negeren. Het probleemontkenned vermogen van de polder bereikte echter een nieuw hoogtepunt. Het tekort van ruim 200 miljard om de pensioenen waardevast te kunnen maken werd door een nieuwe rekenmethode onder het tapijt geschoven en zo bleef het pensioenbouwwerk langzaam maar zeker verder wegzakken in de poldermodder.

Het grote probleem is dat de sociale partners de weg naar een werkelijke oplossing bij voorbaat afsluiten. Aantasting van wat men noemt de ‘collectiviteit en solidariteit’ is tot taboe verklaard, zo is letterlijk te lezen in het pensioenakkoord. Deze begrippen zijn wat vaag, maar waar het op neer komt is dat de verplichte winkelnering in stand blijft – de onderwijzer moet pensioensparen bij het ABP – en dat het pensioenvermogen geen individueel eigendom is. Al het geld moet in een grote pot en de sociale partners bepalen hoeveel iedereen krijgt.

Iemand die vandaag de dag een pensioensysteem zou ontwerpen zou het niet in zijn hoofd halen iets dergelijks voor te stellen: individuele werknemers 20 procent van hun loon laten storten in de grote pot en vervolgens moeten zij maar hopen dat de werkgevers en vakbonden dit geld op een goede manier verdelen. Gezien de historie van versobering op versobering in de afgelopen decennia mogen werknemers terecht vrezen wat er met hun geld gebeurt.

Collectiviteit en solidariteit

Natuurlijk, ons collectieve stelsel heeft een aantal sterke kanten. Een uniform spaarsysteem met weinig keuzevrijheid en verplichte deelname kan tegen lage kosten worden uitgevoerd, ontzorgt individuen en voorkomt dat mensen te weinig sparen voor de oude dag. De conservatieve krachten in de polder proberen ons echter te doen geloven dat het óf collectiviteit en solidariteit is in de huidige vorm óf helemaal niet. Zo helpen zij het debat om zeep. Onder de vage begrippen collectiviteit en solidariteit gaat echter een breed scala aan keuzes schuil die onafhankelijk van elkaar genomen kunnen worden.

Wel of geen verplichte deelname? Alleen voor werknemers of ook voor zzp’ers en ondernemers? Collectieve buffers of individuele vermogensopbouw? Moeten jongeren voor ouderen betalen? Alleenstaanden voor gehuwden? Willen we sectorgebonden pensioenfondsen of een aantal algemene fondsen?

Het zijn allemaal keuzes die veelal los van elkaar genomen kunnen worden. Het meest cruciale: het bijhouden van ieders individuele pensioenvermogen kan prima zonder andere elementen van ons stelsel aan te tasten. Dit zou dan ook direct moeten worden ingevoerd. Een stelsel waarin het spaargeld in een grote anonieme pot verdwijnt is vragen om problemen. Het is intransparant, legt te veel macht bij een kleine groep bestuurders en het leidt tot de blunders bekend uit het verleden: Hoe verzin je in hemelsnaam een eindloonstelsel waarin de pensioenopbouw voor een carrièremaker in sommige jaren hoger is dan zijn hele jaarsalaris? Hoe krijg je het voor elkaar de immer stijgende levensverwachting decennia te negeren? Welke slimmerik belooft mensen een welvaartsvast pensioen over 40 jaar, terwijl we de economie komend jaar nog niet eens kunnen voorspellen? Dit was allemaal alleen maar mogelijk omdat we een grote anonieme pot geld hadden zonder duidelijke eigenaar. Bestuurders konden zo op de pof leven. Ongemerkt konden huidige tekorten worden aangezuiverd uit de potjes van jongere generaties.

Loze beloften

Natuurlijk, de bedoelingen waren goed, maar inmiddels begrijpen we toch wel dat het zo niet kan. We moeten stoppen loze beloften te doen. Het beste wat we mensen kunnen beloven is dat hun premie goed beheerd wordt. Dat er geen grepen uit de kas worden gedaan. Dat de premie van de vuilnisman niet in de zak van de hoogleraar eindigt. Dat doen we door voor iedereen netjes bij te houden hoeveel hij inlegt en hoeveel vermogen hij of zij heeft opgebouwd.

Krijgen we dan Amerikaanse toestanden? Zeker niet. Individuele pensioenrekeningen impliceren namelijk niet dat iedereen het maar zelf moet uitzoeken. We kunnen collectieve pensioenuitvoerders behouden die het gezamenlijk vermogen op grote schaal efficiënt beleggen en beheren. Individuen hoeven niet zelf beleggingskeuzes te maken. De verplichte deelname kan in stand blijven. Ook het delen van risico’s blijft behouden.

Wordt het pensioen onzekerder? Ook niet. Door een juist beleggingsbeleid kan het pensioen net zo zeker – of beter gezegd onzeker – gemaakt worden als in de huidige situatie. Immers, we laten dezelfde beleggers hetzelfde geld beleggen, alleen nu wordt netjes bijgehouden welk deel van u is. Beleggingen met laag risico kennen we aan ouderen toe en de risicovolle aan jongeren. Zo zorgen we  dat mensen die volledig van hun pensioen afhankelijk zijn een hogere zekerheid hebben dan zij die nog vele jaren voor zich hebben.

Helaas zal de vakbond een overgang naar individuele rekeningen ten koste van alles tegenhouden. ‘Collectiviteit en solidariteit’ betekent namelijk vooral: ‘blijf van onze machtige pensioenbaantjes af.’ Het pensioenfondsbestuur, dat nu herverdelingspolitiek kan bedrijven binnen de pensioenfondsen, zal deze macht verliezen. Pensioenfondsbestuurder wordt een saaie technocratische functie. Meer iets voor risico managers. Maar helaas voor ons allemaal. De polderelite denkt: liever kapitein op een zinkend schip dan matroos op een zeewaardige bodem.

Ilja Boelaars is promovendus economie aan de University of Chicago en gecertificeerd Financial Risk Manager.

Paul le Doux is Risk Manager bij een grote Nederlandse bank.

Thomas Ronnes is student MSc in International Management aan Nyenrode Business Universiteit.

Ω

Print Friendly, PDF & Email